Woody van Amen

Woody van Amen door Frank van de Schoor

De in rode letters gestempelde titel Goldfinger, in combinatie met de code 007, verwijst expliciet naar de gelijknamige James Bond-film uit 1964. Sean Connery is de onvolprezen Mister Bond, dubbelspion en cultfiguur.

Trukendoos

In het begin van de film vindt Jill Masterson, de vriendin van meesterbrein en goudsmokkelaar Goldfinger, een smartelijke dood, omdat haar lichaam geheel met goudverf is beschilderd. De contouren van de torso hebben rechts een echo in vijf kleurbanen, waaruit in het midden een houten hand te voorschijn komt. Rechts in de voorstelling zit een roofvogel, vermoedelijk een havik op een uitstekende tweede hand, deze keer met inderdaad een goudkleurige vinger (Goldfinger). Rechtsonder is als een soort afzonderlijk arrangement een omlijst kistje aangebracht met verschillende glazen instrumenten, vermoedelijk een 'trukendoos' waarmee James Bond zijn tegenstanders vaak op slimme wijze aftroefde. Rondom is een doorlopende zwart-wit geblokte rand geschilderd, die een verwijzing is naar het motief op de taxi's destijds in New York. De rondlopende lichtlijn van kleurrijke fietslichtjes verleent het kunstwerk een levendig effect.

Sleutelwerk

De assemblage Goldfinger, een sleutelwerk in het oeuvre van Woody van Amen, ademt geheel en al de sfeer van de Pop Art-stroming die begin jaren zestig ook in Nederland alle aandacht trok. De kunstenaar was al vroeg gefascineerd door de spraakmakende ontwikkelingen in de nieuwe wereld, en met name in New York als kunst- en jazzmetropool. In 1961 vertrok hij voor een periode van twee jaar naar New York, waar hij in contact kwam met de Amerikaanse avant-garde, die in deze jaren de overgang doormaakte van het abstract expressionisme naar de Pop Art. Van Amen werd geboeid door de dynamiek van deze stroming met zijn aansprekende iconen uit de consumptiemaatschappij en populaire beeldcultuur. De veelheid aan onbevangen ideeën en het onconventionele gebruik van allerlei soorten materialen ervoer hij als een grote vrijheid in zijn werk. Aanvankelijk nog betrekkelijk geïsoleerd ontwikkelde Van Amen na zijn terugkeer in Rotterdam vanaf 1963 zijn kenmerkende eigen beeldtaal, waarin ogenschijnlijk triviale voorstellingen een bijzondere betekenis krijgen. Hij laat zich inspireren door het alledaagse.

Consumptiecultuur

Parafraserend op het Amerikaanse Pop Art-vocabulaire, maar wel met gevoel voor Nederlands understatement, schilderde hij in 1963 merknamen van tot de verbeelding sprekende artikelen als Wrigley (kauwgom), Felix (kattenbrokjes), RVS (verzekeringen) en Rizla (vloeitjes). Het zijn Nederlandse tegenhangers van de Campbell's Soup Cans van Andy Warhol. Maar ook gerenommeerde multinationals als Esso, Mobil Oil en Peter Stuyvesant ontsnapten niet aan Woody's aandacht. Het zijn vaardig geschilderde doeken, compositorisch goed opgebouwd en mooi van sfeer. De stijl van schilderen sluit nog aan bij het destijds gangbare abstract expressionisme, uit de voorstelling spreekt onmiskenbaar de geest van de Pop Art. De werken getuigen van een milde kritiek op de ook in ons land om zich heen grijpende consumptiecultuur. Hij maakte bij voorkeur gebruik van clichébeelden, waaraan een meervoudige betekenis kan worden toegekend. Het patroon lijkt bekend en vertrouwd, maar de kunstenaar weet er een plotselinge wending aan te geven door het beeld te combineren met een tweede embleem of attribuut. Een nieuwe intrigerende voorstelling is het resultaat.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.

Voorwerpen