tafels

De Tafel: zinnebeeld van gastvrijheid en huiselijkheid

"Geen meubel neemt zulk een belangrijke plaats in het leven in als de Tafel. Haar naam geldt sinds menschenheugen als het zinnebeeld van gastvrijheid en huiselijkheid. Om haar worden de gasten genood; zij is daar waas arbeid wordt verricht, geestesarbeid zoo goed als handenwerk."

Deze lofzang op de tafel is te vinden in het ook nu nog veel geraadpleegde standaardwerk "Huisraad en binnenhuis in Nederland in vroeger eeuwen'( 1925). Het is geschreven door K. Sluyterman, in Zaltbommel geen onbekende, want vanaf 1900 maakte hij ontwerpen voor het atelier van moderne meubels en kunstnijverheid 'Onder den Sint Maarten'.

Rijk of arm

Een tafel behoort met de stoel, de kist en de slaapplaats tot het basismeubilair en dan maakt het weinig uit of je rijk of arm bent. In de late middeleeuwen nam de tafel een minder centrale plaats in dan tegenwoordig. De oudste tafels bestonden uit planken die op losse schragen werden gelegd. Was de tafel niet meer nodig dan zette men de planken eenvoudig tegen de muur. Het woord tafel is afgeleid van het Latijnse tabula, dat plank betekend. Vroeger noemde men deze planken ook wel berden. (vergelijk met het Duitse woord voor plank Brett), een ouderwetse benaming die we nu alleen nog kennen in het gezegde 'iets te berde brengen'. Naast de schragentafels bestonden er platte ronde tafels, die dikwijls ook opklapbaar waren. Rondelen of schyve noemde de middeleeuwer die. Ons woord 'dis' (en het Duitse woord voor tafel: Tisch) heeft er mee te maken; het is immers afgeleid van het Latijnse woord voor schijf: discus.

Loodzwaar

In de 17e eeuw ontstaat de zware bolpoottafel, geheten naar de bolvormige of flesvormige verdikking in de poten. Ze zijn loodzwaar en stonden doorgaans midden in een vertrek. In de bestuurskamer van het Stadskasteel Zaltbommel staat een exemplaar. Daarnaast bleef de ronde taflem te opklapbare poten in zwang. Opgeklapt stonden ze tegen de muren van het vertrek te wachten tot het moment dat ze nodig waren. Rijken lieten de onderkant beschilderen. In eenvoudige uitvoeringen bleef deze 'flap aan de wand' op het platteland van Oost Nederland en in ons eigen rivierengebied tot in de 20e eeuw populair. Een variant was de hangoortafel ovaal van vorm met een vast middenstuk en met een neer of opklapbare einden van het blad. De 18e eeuw bracht een verfijning in soorten tafels en materiaalgebruik. Het eikenhout werd belijmd met een huid van fineer uit mahonie of wortelnotenhout. De meubelmaker voorzag zijn producten van inleg en snijwerk en verguldsel naar de laatste Franse mode. De huizen van de welgestelden kregen meer vertrekken en allerlei nieuwe gebruiken, zoals het drinken van thee raakten in zwang.

De verscheidenheid aan tafels groeide. Tussen de ramen stonden wandtafels voor kaartspelers was er het kaarttafeltje, voor handwerkers de naaitafel en voor vrouwen de toilettafel. De zilveren thee ketel vond een plaats op de 'guerdion' een rond tafeltje op een poot. De thee kopjes stonden op de 'table a cabaret' waarvan het blad als een dienblad af te nemen was. Een curiositeit is de 'vide poche' een tafel waarop de eigenaar 's avonds de inhoud van zijn zakken en overdag gedragen sieraden kon neerleggen.

Mimi tafeltje

In de 19e eeuw bleef de verscheidenheid aan tafels groot. Nieuw is de bloementafel in het interieur van de naar pronkzucht strevende bourgeoisie. Goed ingeburgerd raakte verder de wastafel, toen nog niet de benaming voor de porseleinen bak die wij nu kennen, maar een echte tafel voor een lampetstel van waterkan, bak en zeepdoos.

Misschien wel het aardigste tafeltje uit de 19e eeuw is de mimiset, bestaande uit drie of meer in maat afnemende tafeltjes die onder elkaar geschoven kunnen worden. Hun hoogtepunt lag evenwel een eeuw later. Vooral in de jaren vijftig en zestig van de 20e eeuw waren ze populair. De naam schrijf je wel degelijk met een letter 'm' en niet met een 'n' want het woord is afgeleid van het Franse mimi, dat leuk of grappig betekend.

Peter Schipper

Voorwerpen