Schandton en schandstenen

Schandton en schandstenen door Marja Begheyn-Huisman

Deze twee merkwaardige museumstukken behoren tot de strafwerktuigen die in de gemeentelijke collectie bewaard zijn gebleven. Zij vertellen ons iets over de strafrechtelijke praktijken in het verleden.

'tott straff van eenige delinquanten'

Het Stadsrekenboek van 1618 vermeldt de betaling aan de schilder: 'den 24 Novembris betalt Handrick Pieterss schilder voor verdienste vant verwen en schilderen van de holte heuck ende cloden voor int Raethuiss hangende 6 gl.' In 1619 ontving ook de kuiper zijn geld: '10 maert betaelt Evert Haghens cuyper, voor t maken van een tonne of houtten heuck, tott straff van eenige delinquanten te gebruycken 10 gl.' De ton kon een gestrafte als een mantel ('huik') worden omgehangen. De halsband bovenin de ton sloot men rond de hals van de veroordeelde; alleen het hoofd en de benen staken dan buiten de ton uit. De stenen kogels, met een totaal gewicht van 13 kilo, waren op dezelfde manier rond de hals te bevestigen. De ton diende in veel steden voor het te schande door de stad rondvoeren van dronkaards. Later, in de 17de eeuw, gebruikte men de schandton vooral voor het bestraffen van op overspel betrapte mannen.

Opsluiten te duur

Het steendragen was een typische vrouwenstraf die men behalve bij overspel ook voor andere strafbare feiten oplegde. Bovendien kwam er nogal eens een aanvullende straf bij, zoals verbanning uit de stad. Na de 17de eeuw raakten beide strafwerktuigen in onbruik en belandden ze op de zolder van het Nijmeegse stadhuis. Als criminelen werden opgepakt, vonden ze een tijdelijk onderkomen in de kerkers onder het stadhuis of in een van de stadspoorten. Hun berechting volgde zo spoedig mogelijk, want opsluiting kostte te veel geld. Om dezelfde reden werden verdachten zelden veroordeeld tot gevangenisstraffen. Men hield het meestal bij geldboetes, lijfstraffen, verbanning of smadelijke straffen zoals het rondvoeren in de schandton of met de stenen om.

Ter lering en vermaak

Over de praktijk van deze tochten zijn in de Nijmeegse stadsprotocollen enkele gegevens te vinden, zoals over de op 18 maart 1662 ten uitvoer gelegde straffen. Van twee plegers van overspel moest de man in de ton en de vrouw met de 'cloijen' (stenen kogels) om de hals een kleine rondgang door Nijmegen maken. Bovendien werden beiden uit de stad verbannen. Elders lezen we: '1678 Augustus 8 is 't schavot gestelt en eenen fransman gaende mee de ton van 't stadthuys na 't schavot, en daar gegeeselt zijnde, bracht de ton weder na 't stadthuys.' Veroordeelden beschouwden de rondgang in de ton of met de stenen om als zeer onterend. Het behoorde tot de taak van de beul dergelijke rondgangen te regisseren. Iedereen moest het zien en er zijn les uit trekken. In het Noordbrabants Museum in Den Bosch bevindt zich een houten schandhuik uit 1688 in de vorm van een vrouwenmantel. De huik is versierd met dieren, zoals dikke padden, die verwijzen naar het overspelige gedrag waarvan de veroordeelde vrouwen werden beschuldigd.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.

Voorwerpen