Rococostoel

Een zwierige stoel in rococostijl

Zoals een vogel te herkennen is aan zijn veren en gezang, zo worden gebouwen, meubels en andere stukken kunstnijverheid gedateerd aan de stijl. Net als bij een taal kan de liefhebber de diverse stijlen en hun kenmerken leren herkennen door oefening. Een deskundige of antiquair moet dan ook een heel reservoir aan stijlen, constructiekenmerken en materialenkennis paraat hebben. Pas dan kan hij of zij een gefundeerd oordeel over een stuk antiek vellen. Dat valt te oefenen door kennis uit boeken te halen, veel te kijken en het bezoeken van tentoonstellingen, musea en veilingen.

Meubelstijlen

Wanneer we diverse stijlen door de eeuw heen volgen, houd dan als grote lijn in het hoofd dat stijlen op elkaar reageren, zich tegen elkaar afzetten. Onderscheid twee hoofdgroepen, die elkaar afwisselen: allereerste de stijlen die uitgaan van de architectonische principes en dan vooral die uit de klassieke oudheid. De belijning is recht en duidelijk verdeeld in horizontale en verticale elementen. De opbouw is symmetrisch. Het ornament is klassiek; zuilen, pilaren, leeuwenmaskers,bladwerk, medaillons, festoenen of guirlandes, rozetten, meanderranden en dergelijke. We noemen dit classicerende stijlen. Voorbeelden zijn de renaissance (16e eeuw), de zeventiende eeuw en het Empire, de stijl van keizer Napoleon omtrent 1800-1820.

De tweede groep is frivoler. De opbouw is vaak asymmetrisch. Het ornament is niet klassiek of ontleend aan bouwkundige regels, wel overheersend. De gebogen lijn voert de boventoon. Tot deze categorie horen de late gotiek, (eind vijftiende, vroeg zestiende eeuw) en de Jugendstil, de zo populaire stijl van omstreeks 1900.

Zwierige lijnen van de Rococo

Aan dit rijtje valt nog een stijl toe te voegen: het rococo, toegepast in de periode circa 1740-1775. In Nederland was deze tijd een beetje vergeten, tot dat een schitterende tentoonstelling in het Rijksmuseum in Amsterdam het rococo volop in de schijnwerpers zette. Het woord is afgeleid van rocailles, rotsachtige elementen waarmee men kunstmatige grotten decoreerde. De stijl valt typeren met trefwoorden als grillig, licht, elegant, beweeglijk. De gebogen lijnen zwieren als lianen door het binnenhuis, over meubels, zilver en porselein. Eigenlijk niets voor ons nuchtere calvinistische volkje. De bakermat lag in Frankrijk, waar de edelsmid Juste Aurèle Meisonnier (1695-1750) midden jaren dertig van de achttiende eeuw nieuwe ornamenten in prentvorm uitgaf. Zeer kenmerkend voor het rococo is de C-vormige krul of voluut. Verder omarmden ambachtslui natuurlijke motieven in de vorm van echt aandoende beesten, vogels en vruchten. Porseleinen terrines met deksels in de vorm van druiventrossen of andere vruchten waren populair op tafel. Bij de kleuren spreekt een voorliefde voor wit en goud, aangevuld met zoetelijke tinten roze, blauw, en geel. Enkele keren vinden we ook Chinese motieven: figuren met parasollen en landschappen met pagodes. De elegantie en het lieflijke konden makkelijk doorslaan naar het overdrevene. Als kitsch ooit is uitgevonden, heeft het rococo goede papieren.

De hier afgebeelde stoel heeft alle kenmerken van het rococo: er valt geen rechte lijn te ontdekken, alles is gebogen. Als versieringen zijn de gezaagde C-voluten duidelijk te zien aan het rugraam en in het middenstijl. Wie nader wil kennismaken met het rococo-ornament moet eens gaan wandelen door de binnenstad van Zaltbommel. De ingangspartij en de gootconsoles van het pand aan de Ruiterstraat 10 zijn schitterende voorbeelden van rococoversiering aan deftig huis. Dat geldt ook voor de deur van Boschstraat 34 en het oude deel van de winkel Hamberg.

Peter Schipper

Voorwerpen