Pop art

Pop art in Nederland

Midden jaren vijftig ontstaat de kunststroming Pop art, vrijwel gelijktijdig in Engeland en de Verenigde Staten. De Pop art kunstenaar kiest zijn onderwerpen uit het leven van alledag: beelden uit de film- en televisiewereld, reclame, pin-ups, strips, en gebruiksvoorwerpen van nieuwe materialen, zoals een radio van plastic, veelal in felle en glamourachtige kleuren. De beelden zijn symbolen of iconen van de welvarende naoorlogse westerse samenleving. Zij zetten zich niet af tegen de consumptiemaatschappij. Integendeel, voor hen is zij juist de bron van inspiratie.

Rond 1964 bereikt de invloed van de Pop art in ons land zijn hoogtepunt. Een generatie jonge kunstenaars, getalenteerd, bereisd en goed geïnformeerd, werkt korte of langere tijd onder invloed van deze kunststroming: Woody van Amen, Gustave Asselbergs, Sam Middleton, Rik van Bentum, Paul Damsté en Jacob Zekveld. Hun werk straalt de geest van overmoed en vernieuwing uit. Meer dan hun buitenlandse collega's hebben de Nederlandse Pop art kunstenaars oog voor de politieke strekking van hun kunstproductie. De Hollandse bijdrage aan deze stroming levert een boeiende combinatie op van exotische collagebeelden en expressieve schilderkunst.

De Pop art kunstenaars gebruiken veelvuldig de volgende technieken: collage, samengesteld uit bestaande foto's gescheurde of geknipte delen en assemblage, waarbij bestaande voorwerpen worden samengevoegd tot een nieuw beeld. Door vergroting, herhaling van vormen of door het gebruik van rare combinaties van materialen ontstaat een gevoel van vervreemding, dat bij de Nederlandse Pop art nog wordt versterkt doordat de reclamesymbolen uit hun oorspronkelijke context zijn gehaald. Veel van deze technieken werden begin 20ste eeuw ook al toegepast door Picasso, Braque en door de kunstenaars van de Dada-beweging.

Drie kunstenaars uitgelicht

Het werk van Woody van Amen neemt een belangrijke plaats in binnen de Pop art collectie van Museum Het Valkhof. Hij geldt als de belangrijkste vertegenwoordiger van de pop art-beweging in Nederland. Begin jaren zestig trekt hij de aandacht met objecten die erotiek, reclame, religie en politiek als onderwerp hebben. Zijn vroege werk, zoals Goldfinger, getuigt in al zijn uitdrukkingsvormen van de pop art met zijn aansprekende iconen.

Het oeuvre van Shinkichi Tajiri geniet internationale bekendheid. Midden jaren zestig raakt hij gefascineerd door machines en technologie. Tussen 1966 en 1968 vervaardigt hij een reeks van acht grote sculpturen, die associaties oproepen met vliegtuigen, ruimteschepen, machinegeweren en robots. Hij laat zich inspireren door de industriële perfectie en door de snelheidsbeleving die hij ervaart bij machines, vliegtuigen en raceauto's. Hij voelt het als een uitdaging om het meeslepende tijdsgevoel van de jaren zestig uit te drukken in nieuwe, eigentijdse symbolen. Het museum heeft drie machinesculpturen in de opstelling. De fantasiemachines Machine No. 2 en Machine No. 4 torenen op hun lange poten hoog boven de toeschouwer uit. In de verte doen ze denken aan gigantische insecten. De luxe uitstraling van Machine No. 7 en het gladde en fonkelende oppervlak van het materiaal, zijn kenmerkend voor de Pop art in de jaren zestig.

Benoît Hermans is een van de jongere Nederlandse kunstenaars die stijlelementen van de Pop art toepassen. Ook hij verwerkt in zijn assemblages alledaagse gebruiksvoorwerpen en foto's uit tijdschriften, die hij in een nieuwe context plaatst. Dit resulteert in beelden die zo ver van de werkelijkheid af staan dat een gevoel van vervreemding ontstaat, waardoor zijn werk tevens verwant is aan het surrealisme. Met de oorspronkelijke Nederlandse Pop art kunstenaars heeft hij gemeen dat zijn voorstelling soms een politieke lading heeft. Zo verbeeldt het werk 'You need a visa to visit the Alps' de barrières die de Afrikaanse vrouw ontmoet op haar weg naar Europa. Zijn visie over de taak van beeldende kunst luidt als volgt: 'De omgang met kunst vergroot het inzicht in de grondbeginselen van de samenleving. Ik zie mijzelf als een archeoloog die op zoek is naar de verborgen structuren van de werkelijkheid.'

Voorwerpen