Pelgrimsinsigne van de drie koningen

Pelgrimsinsigne van de drie koningen door Maryan Schrover

Op dit pelgrimsteken uit de late middeleeuwen zien we de drie Koningen, die Maria en haar Zoon komen aanbidden. Onder drie bogen zit Maria met het Christuskind op schoot. Ze is afgebeeld in koninklijke staat, als moeder van een vorst, met een kroon op haar hoofd.

Intiem tafereel

Van haar - middeleeuwse - troon, is een punt van een kostbaar kussen nog net zichtbaar. De koningen komen eer betuigen aan het kind, dat zij erkennen als koning van een hogere orde. De voorste koning, traditioneel de oudste, knielt voor moeder en kind. Hij heeft zijn kroon afgezet en op z'n knie gelegd, terwijl hij zijn geschenk aan het Christuskind aanbiedt. Het kindje strekt zijn handjes ernaar uit en opent het deksel, waardoor we zien dat het om goudstukken gaat. De tweede koning wijst naar de Ster van Bethlehem, boven Maria's hoofd. Ook de derde koning nadert met een geschenk. Kleding en schoeisel zijn voor elke koning afzonderlijk tot in de kleinste details uitgewerkt door de kunstenaar, die behalve talent ook de nodige technische ervaring moet hebben gehad om een werk van deze kwaliteit te maken.

Keulse Dom

In het hoogste, middelste boogvenster kijkt een gestileerd portret van de volwassen Christus ons aan binnen het tafereel, dat mede door de architectonische omlijsting een intiem karakter heeft. Dit insigne is afkomstig uit Keulen, één van de belangrijkste bedevaartsplaatsen in Noord-Europa. Daar werden in de Domkerk sinds 1162 de relieken vereerd van de Drie Koningen. Met de toenemende populariteit van Keulen als bedevaartsoord, nam ook de hoeveelheid daar geproduceerde pelgrimsinsignes toe. Op de vroegste voorbeelden zijn afbeeldingen van de Aanbidding der Koningen gevat in een schematische weergave van de Keulse Dom. Op dit insigne verwijzen de drie spitsbogen, elk bekroond met een torentje en kruis, nog naar die traditie. Een pelgrimsteken als het Driekoningeninsigne werd in de pelgrimsplaats als aandenken gekocht en vastgenaaid op hoed of mantel; daarvoor dienden de aangegoten oogjes.

Van talrijk naar zeldzaam

Het werd gedragen als een zichtbaar teken dat de eigenaar in de pelgrimsplaats geweest was en dat hij zich op zijn reis gesteund wist door hogerhand. Het reliëfje had een achtergrond - nu verdwenen - van organisch materiaal, papier of textiel, dat door de nog zichtbare lipjes werd vastgehouden. Meestal werd op een pelgrimsteken de heilige voorgesteld die ter plaatse werd vereerd, of voorwerpen die naar die heilige verwezen. Dit soort insignes, gemaakt van tin of lood (minder frequent ook in zilver), werd gegoten in een mal van hout of steen en in zeer grote oplagen, vermoedelijk vele duizenden, vervaardigd. Veel pelgrimsinsignes zijn verloren gegaan door het dagelijks gebruik en de kwetsbaarheid van het materiaal. Ook dit exemplaar dat in 1885 gevonden werd in de Waal is daarom uiterst zeldzaam.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.

Voorwerpen