Nijmeegse gildekannen

Nijmeegse gildekannen door Gerard Lemmens

Vanaf de middeleeuwen tot 1798 was het grootste deel van de stadsbevolking aangesloten bij beroepsverenigingen, ambachten of gilden genaamd. Deze regelden, onder toezicht van het stadsbestuur, alles wat met opleiding en uitoefening van het vak te maken had.

Persoonlijke bierkruik

Zij kwamen veelvuldig bijeen, onder andere voor de jaarlijkse bestuursverkiezingen, en dat hield behalve drankconsumptie vaak ook copieuze maaltijden in. Het was gebruikelijk dat de gilden daartoe over collectief tafelgerei beschikten. In Nijmegen bestond daarnaast de regel dat ieder die als meester in een gilde was toegelaten een eigen bierkruik moest hebben, zijn gildekan. Deze werd gegoten van tin en speciaal versierd en van opschriften voorzien. Zij behoren nu tot de rariteiten van tinverzamelingen in binnen- en buitenland. Van de nog geen honderd bewaard gebleven exemplaren bezit het museum er de meeste; bijna vijftig.

Nijmeegs 'torentje'

De wijnkannen, die speciaal gebruikt werden bij de bestuursverkiezing, de 'keur' en waarvan elk gilde er gewoonlijk twee stuks bezat, zijn vrij slank en hebben een lange smalle hals en een hoge voet. Op het met de lange handgreep verbonden, scharnierende klepdeksel staat een gedraaide hoge knop. Dit typisch Nijmeegse 'torentje' hebben ze gemeen met de kannen van de afzonderlijke meesters, die breder van vorm zijn en geen voet hebben en die eigenlijk behoren tot het type algemeen 17de-eeuws drinkgerei in ons land waarvoor de 19de-eeuwse antiekhandel de naam 'Rembrandtkan' heeft verzonnen. Wijn- zowel als bierkannen hebben op de buik een klein rond schildje, waarop veelal het embleem van het betreffende gilde is gegraveerd. De hier afgebeelde wijnkan draagt het jaartal 1703 en de namen van het gildebestuur van 1703 én van dat van 1704. De kan is dus gemaakt ter gelegenheid van de keur voor laatstgenoemd bestuursjaar.

Vrome spreuken

De op de buik gegraveerde woorden 'vreedelievende' zullen wel te maken hebben met de toenmalige politieke onrust in vele steden, de 'Plooierijen', na de dood van Koning-Stadhouder Willem III. De gildekan uit 1625 - de oudste in de collectie - is die van de bakker Aelbert Ter Stegen. Zij is evenals alle andere meesterskannen rijker versierd dan de wijnkannen. Op het schildje, dat in dit geval van zilver is, staat de afbeelding van de patroonheilige van het gilde tussen een krakeling en een duivekaterbrood. Op de hals is een spreuk gegraveerd, de eerste van een reeks afwisselende, boeiende en vrome rijmelarijen die te lezen staan op de kannen van twee eeuwen gildemeesters: 'Godes eertrick is breet ende wijt - elker mins moet op der eerden hebben sinen strijt - die malkanderen beliegt ende benijt - Godt sal dan die oordelen tot sinder tijt'.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.

Voorwerpen