Missaal van het Nijmeegse bakkersgilde

Missaal van het Nijmeegse bakkersgilde door Rob Dückers

Een missaal is een liturgisch boek, dat alle gebeden bevat die de priester tijdens iedere mis dient uit te spreken dan wel te zingen. Dit specifieke missaal was bestemd voor het altaar dat het Bakkersgilde van Nijmegen in 1481 stichtte in de St. Stevenskerk.

Gespecialiseerde boekverluchters

Hier celebreerde kanunnik Reyner van Os op Pinksteren 1483 voor het eerst een mis uit dit missaal. Het Bakkersgilde gaf de opdracht voor dit missaal aan het Fraterhuis in de Bottelstraat, dat vaker schrijfwerk verzorgde. De fraters leverden dan ook een fraai handschrift met een aantal versierde initialen. Waarschijnlijk werd enkel de eenvoudige, met de pen uitgevoerde decoratie in het Fraterhuis zelf uitgevoerd; voor de geschilderde decoratie werden gespecialiseerde boekverluchters aangezocht. Traditiegetrouw werd tegenover de 'canon', het centrale gebed in de mis, een afbeelding van de Kruisiging geplaatst. In dit missaal is die geschilderd op een los blad, dat apart is ingevoegd; blijkbaar werd ook deze afbeelding uitbesteed. De kunstenaar is waarschijnlijk een medewerker van een anonieme schilder uit de omgeving van Keulen, de zogeheten 'Meester van het Bartholomeusaltaar'. Van deze schilder zijn naast schilderijen op paneel ook miniaturen in boeken bekend.

Nieuwe Adam

Helaas is de kruisigingsminiatuur in het missaal nogal beschadigd, zodat de kwaliteit ervan lastig te beoordelen is; wellicht hebben we hier zelfs met de meester zelf te maken. De kruisigingsscène is traditioneel in opbouw. In een weids landschap staan Maria en Johannes de Evangelist onder de gekruisigde Christus. Aan de voet van het kruis is nog vaag de schedel van Adam zichtbaar: zo wordt onderstreept dat Christus, de nieuwe Adam, door zijn dood aan het kruis de hemel opnieuw heeft geopend en de mensheid van de eeuwige dood heeft gered. Het gouden kader rondom de miniatuur laat verwijzingen naar het Bakkersgilde zien. Zo vinden we links en rechts twee beschermheiligen van het gilde, Timotheus en Autbertus, afgebeeld als bisschoppen met broodschieters in plaats van kromstaven in de hand. Linksboven spietst een beul met een hamer een man op scherpe doornstruiken vast; een ander slachtoffer vinden we rechtsboven, naast het wapenschild met het gilde-embleem. Deze figuren staan voor de Tienduizend Martelaren, eveneens beschermheiligen van het gilde.

Kruis om te kussen

Beneden tenslotte zien we naast de ezel uit de legende van St. Autbertus, die zelfstandig brood rondbracht, een bakker die brood bakt - een figuur die direct ge√Įnspireerd lijkt te zijn op een margevoorstelling uit het beroemde getijdenboek van Katherina van Kleef, hertogin van Gelre. Verder zijn rondom in de marge prachtige bloemranken geschilderd, waarvan de zorgvuldige uitvoering en detaillering afwijkt van de overige decoratie in het handschrift. Onderaan staat nog een uit gekrulde gouden takken opgebouwd kruisje. Dit werd vaker aangebracht omdat de priester tijdens de dienst geacht werd een afbeelding van het kruis - en daarmee de miniatuur - te kussen. Door een kruis in de marge ter verering aan te brengen kon de hoofdvoorstelling voor beschadiging worden gespaard. Gezien de toestand van de miniatuur lijkt daar in dit geval echter weinig van terecht te zijn gekomen.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.

Voorwerpen