Melie van der Meij

Een bijzondere verzameling van een bijzondere vrouw

Eind 2002 werd het Nederlands Tegelmuseum benaderd door mevrouw Manschot in verband met haar wens om haar tegelverzameling in een museum onder te brengen. Een verzameling die haar na aan het hart lag en die over een periode van een kleine driekwart eeuw is opgebouwd. Voor een verzameling die buiten een kleine kring van familie en kenners nauwelijks bekend is, zocht zij nu de openbaarheid. De verzameling telt vele verrassingen. Ook voor andere doorgewinterde verzamelaars.

Wie is de vrouw die deze collectie tot stand bracht?

Melia Françoise Margaretha van der Meij, roepnaam Melie, is geboren op 6 februari 1912 in Kediri, Java. Zij is het eerste kind van Gerrit H. van der Meij en Clara Breukers. Er zouden uit dit huwelijk nog drie dochters en een jonggestorven zoon geboren worden. De vader was werkzaam als hoofdadministrateur op suikerondernemingen. Toen Melie dertien jaar werd, kwam zij met haar zusjes naar Nederland. De meisjes gingen bij hun grootmoeder in Amsterdam wonen. Hun ouders kwamen enkele jaren later. In Amsterdam ging Melie naar het gymnasium. Zij volgde daarna colleges aan de Universiteit van Amsterdam in zeer uiteenlopende vakken als archeologie, kunstgeschiedenis en medicijnen. Dit paste bij haar brede belangstelling. Ze bond zich nooit aan één studie.

Artistiek talent

Zeker heeft zij in de jaren dertig ook enkele jaren gestudeerd aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunst in Amsterdam. Daar kwam zij onder de hoede van hoogleraar-directeur R.N. Roland Holst. Deze probeerde haar vader ervan te overtuigen dat zijn dochter verder moest studeren en dat de Prix de Rome voor haar binnen handbereik lag. Het vaderlijk fiat kwam echter niet. De mogelijkheid dat zijn jonge en eigenzinnige dochter een beurs zou kunnen krijgen om twee jaar alleen in Rome te wonen was onacceptabel voor de goede reputatie van de familie.

Huwelijk met Roelof Manschot

Tijdens haar studiejaren maakte Melie kennis met Roelof Manschot. Hij studeerde economie aan de universiteit van Amsterdam, waar hij in 1937 afstudeerde. Door de crisisjaren was het onmogelijk voor hem om snel na zijn afstuderen een baan te krijgen. In 1939 kwam hij in dienst van De Nederlandsche Bank. Hierna trouwde het paar op 18 maart 1940. In 1959 werd Roelof financieel directeur van de Centrale Raiffeissenbank te Utrecht. Deze bank fuseerde later met een andere bank tot de Rabo Nederland. Tot aan zijn pensioen in 1972 maakte Roelof deel uit van de hoofddirectie. Het echtpaar heeft vanaf het huwelijk tot 1959 in Naarden gewoond en kreeg daar een dochter en een zoon. In dat jaar is de familie naar Bilthoven verhuisd waar de heer Manschot in 1998 is overleden.

Passies: schilderen, reizen en verzamelen

Mevrouw Manschot had van jongs af de behoefte om zich met kunst te omringen. Ook was zij zelf hierin actief. Zij was door enkele jaren Rijksacademie voldoende op weg geholpen om zich haar verdere leven waar mogelijk te wijden aan het schilderen. Zij hoefde niet van haar kunst te leven en als iemand haar werk bewonderde had zij er geen moeite mee om dat weg te geven. Voor haar tegelverzameling en voor haar schilderijen gold echter dat alleen een kleine kring ze ooit te zien kreeg. Een andere passie was het maken van verre reizen. Zeker nadat haar kinderen iets ouder waren greep zij de kans om jaarlijks op eigen gelegenheid enkele grote reizen te maken. Dit combineerde zij met het verzamelen van kunst. In de loop der jaren kwam de Aziatische kunst steeds meer in het centrum van haar belangstelling te staan.

Actieve verzamelperiode: 1945-1959

De meest actieve verzamelperiode viel waarschijnlijk in de jaren tussen 1945 en 1959. Na de moeilijke oorlogsjaren maakte de heer Manschot een mooie carrière. Ook de eigen achtergrond van mevrouw Manschot maakte dat er weinig beperkingen waren die het verzamelen in de weg stonden. Vanuit haar woonplaats Naarden kon mevrouw Manschot zich makkelijk tussendoor naar veilingen in het nabijgelegen Amsterdam begeven. Hier wisten enkele antiquairs haar te voorzien van zeer bijzondere tegels. Toen de familie in 1959 naar Bilthoven verhuisde was de verzameling min of meer "klaar". Van alle bekende typen van de vroege zeventiende-eeuwse Nederlandse tegelproductie waren één of meer voorbeelden aanwezig. Bovendien was zij in deze tijd begonnen met het maken van grote reizen rond de wereld en legde zij zich serieus toe op de Aziatische kunst. Zij verlegde haar aandacht, maar bleef altijd een zwak houden voor haar eerste grote verzameling. Deze verzameling was prominent aanwezig in de woonkamer van het huis in Bilthoven. Incidenteel werd deze ook in de laatste jaren nog uitgebreid.

Belangstelling voor vroege Nederlandse wandtegel tot 1650

Zoals voor veel verzamelaars uit de eerste helft van de vorige eeuw geldt dat haar belangstelling vooral uitging naar de vroege wandtegel, uit de periode voor ca. 1650. Het gaat om de decennia waarin nieuwe technieken van tegelproductie in de Nederlanden geïntroduceerd werden en nieuwe mogelijkheden verkend werden. Vanaf het moment dat de tegel een traditie had, was voor veel liefhebbers de frisheid eraf. Dit gold ook voor mevrouw Manschot. Net als andere verzamelaars plaatste zij de Nederlandse tegel nadrukkelijk in een internationale traditie, met ruim aandacht voor de tegels uit het Midden-Oosten en Spanje. Dit sloot ook goed aan bij haar liefde voor de Aziatische kunst.

Opvallend: geen velden verzameld

In één opzicht had haar verzameling een opvallend kenmerk. Mevrouw Manschot hoefde van ieder type tegel eigenlijk maar één exemplaar te hebben. De meeste tegelverzamelaars probeerden juist 'velden' te verwerven. Vrijwel iedere tegel, ook de latere figuratieve tegel, is voorzien van ornamentele elementen, zoals hoekmotieven en omlijstingen. Deze elementen laten de individuele tegel in een groter geheel opgaan en geven haar een sterke decoratieve werking. Om die werking te ervaren is het nodig om een veld samen te stellen van een groep bij elkaar passende tegels. Destijds werden tegels daarvoor in gips of in cement vastgezet. Mevrouw Manschot had echter een sterke archeologische belangstelling voor het object. Zij wilde de tegel van alle kanten kunnen bekijken, omdat ook de achterkant waardevolle informatie kan bevatten.

Geen contact met verzamelaarswereldje

Tenslotte kunnen we als karakteristiek voor de wijze van verzamelen vaststellen dat mevrouw Manschot haar tegels bij antiquairs en op veilingen kocht. Er waren al voor de oorlog vele verzamelaars van tegels en velen van hen zochten contact met elkaar. Zij kenden elkaars collectie en handelden onderling. Dit contact met het verzamelaarswereldje heeft mevrouw Manschot echter altijd vermeden. Haar verzameling was onbekend voor anderen en zelf kende zij ook niet zoveel andere verzamelingen. Zij liet zich leiden door de destijds bestaande literatuur, door museale collecties en het marktaanbod.

Collectie als geheel van grote betekenis voor het Tegelmuseum

Niet iedere tegel uit de verzameling van mevrouw Manschot-van der Meij is even uniek. Als geheel geeft de verzameling echter een bijzonder beeld van de Nederlandse tegel in haar eerste bloeiperiode. De collectie is als zodanig van grote betekenis voor de collectie van het Nederlands Tegelmuseum.

Het bovenstaande portret is in hoofdzaak gebaseerd op gesprekken van dhr. Kamermans met mevrouw Manschot en haar beide kinderen. Mevrouw Manschot heeft nog meegemaakt dat haar tegels in een speciale expositie met catalogus gepresenteerd werden. Kort daarna is zij overleden eind augustus 2004.

Johan A. Kamermans (conservator Nederlands Tegelmuseum, Otterlo)

Voorwerpen