Meester Arnt van Kalkar

Meester Arnt van Kalkar door Guido de Werd

De kunst van het 'Herfsttij der Middeleeuwen', de uitdrukking waarmee de beroemde cultuurhistoricus Johan Huizinga de 15de en vroege 16de eeuw omschreef, vond zijn hoogtepunt in de uitbeeldingen van de Kruisiging van Christus.

Vondst professor Van der Meer

Het beeld van de aan het kruis stervende Verlosser van de mensheid is het grote thema van deze tijd. Geen kunstenaar heeft dit thema indringender weergegeven dan Matthias Grünewald in zijn Isenheimer Altaar. In de St. Antoniuskerk van Nijmegen-Neerbosch bevindt zich een levensgroot beeld van Christus aan het Kruis uit het begin van de 16de eeuw, afkomstig uit de Dominikanerkerk van Kalkar, dat door een essay van de schenker van het hier besproken kruisbeeld, de Nijmeegse hoogleraar, schrijver en priester Frits van der Meer, die het met Grünewald vergeleek, aan de vergetelheid werd ontrukt. Aan Van der Meer's oog voor kwaliteit is het ook te danken, dat dít kruisbeeld bewaard bleef. Omstreeks 1940 ontdekte hij dit beeld als jonge kapelaan in een knekelhuis in Oud-Zevenaar. Hij liet het reinigen en tot aan zijn dood sierde het zijn studeerkamer in Lent. Oud-Zevenaar ligt in de Liemers, een gebied, dat deel uitmaakte van het Hertogdom Kleef. Terwijl in Nijmegen tijdens de beeldenstorm in 1566, 1579 en 1592 bijna alle beelden en altaren in de kerken van de stad werden vernield, ging de beeldenstorm aan dit gebied voorbij.

Beeldhouwerswerkplaats in Kalkar en Zwolle

In niet-Gelderse steden en dorpen als Kleef, Kalkar, Xanten en Zevenaar, zijn zeer veel laat middeleeuwse kunstwerken bewaard gebleven. Ook de maker van het kruisbeeld stamt uit het Hertogdom Kleef. Het wordt toegeschreven aan de belangrijkste beeldhouwer uit het einde van de 15de eeuw, Meester Arnt. Deze kunstenaar leidde tot 1484 in Kalkar, en daarna tot in 1492 in Zwolle een grote beeldhouwerswerkplaats met talrijke gezellen en leverde zijn beelden en altaren in een gebied, dat zich uitstrekte van Zwolle tot Keulen. Hij schiep grootse werken, altijd uit eikenhout, die vervolgens beschilderd (gepolychromeerd) werden. Zijn hoofdwerken zijn het St. Jorisaltaar, een levensgrote Christus in het Graf uit 1487 en het onvoltooid gebleven hoogaltaar (1488-1492), alle in de St. Nicolaaskerk in Kalkar, en een huisaltaartje, dat mogelijk uit Nijmegen stamt, in het Musée de Cluny in Parijs.

Sereen

In de late middeleeuwen signeerden kunstenaars hun werken slechts sporadisch. Dat Meester Arnt het Kruisbeeld vervaardigde weten we door vergelijkingen met andere werken van deze kunstenaar, in het bijzonder met het beeld van Christus in het Graf in Kalkar, waarvan in het Kalkarse Archief vermeld is dat hij het in 1487 maakte. De anatomie van de liggende Christus lijkt zo sprekend op die van de Christus aan het Kruis - het lijkt dezelfde man, die liggend en hangend is uitgebeeld -, dat er geen twijfel over kan bestaan, dat beide beelden door dezelfde kunstenaar zijn vervaardigd. De sereniteit van Arnts Christus aan het Kruis herinnert aan het werk van de Vlaamse schilder Rogier van der Weyden. Vermoedelijk heeft Meester Arnt zijn opleiding dan ook in Brabant genoten, waar de beeldhouwkunst op een hoog niveau stond. De oorspronkelijke functie van het kruisbeeld is niet zeker. Mogelijk diende het gezien het relatief kleine formaat als kruis op een altaar, waaraan de priester de H. Mis opdroeg.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.

Voorwerpen