Lambert Doomer

Lambert Doomer door Ruud Priem

Achter een groepje rustende soldaten midden op de schaduwrijke voorgrond, slingert zich een weg naar een stadspoort. Bij het houten gebouwtje links lijkt een gewapende commies van het stadsbestuur toezicht te houden op personen en goederen die de stad binnenkomen, alert op het innen van de verschuldigde belasting over artikelen die worden 'ingevoerd'.

Hunnerpoort

Achter het wachtershuisje loopt een aarden wal steil omhoog. Een sierlijke hoge toren domineert de compositie op de achtergrond. Die toren, de Belvedere, had bij een verbouwing tussen 1646-49 zijn definitieve vorm in Renaissancestijl gekregen, waarbij onder andere een balustrade en een gevelsteen met het stadswapen boven de ingang waren toegevoegd. Vanaf dat moment had de toren feitelijk geen verdedigingsfunctie meer en diende hij als 'speelhuis' voor de leden van de Nijmeegse magistraat en de ontvangst van belangrijke gasten. De stadspoort rechts van de Belvedere is de Hunner- of Hoenderpoort, één van de vier zogeheten 'principaelpoorten' (voornaamste toegangswegen) van Nijmegen. Daarvandaan leidde de Voerweg omhoog naar de Valkhofburcht. De Hunnerpoort (waarvan de naam mogelijk verwijst naar de Hunnen, die rond 360 op hun strooptochten ook Nijmegen zouden hebben aangedaan) werd gebouwd in 1461-66 en stond als de doorgang naar de Ooijpolder lange tijd bekend als de 'Ooypoort'. Het bouwwerk bestond uit een bakstenen voorpoort en een hoofdpoort, totdat het in 1579 werd aangepast aan de eisen van de veranderende belegeringstechnieken. Op de tekening is duidelijk te zien dat zich boven de dubbele poort een woning bevond, waar de poortwachter was gehuisvest.

Reistekening

De Hunnerpoort werd in 1672 bij de belegering door de Fransen verwoest, vervolgens sober herbouwd en uiteindelijk als laatste van de Nijmeegse stadspoorten definitief afgebroken in 1882. De in verval geraakte Belvedere werd daarentegen in 1887-88 grondig gerestaureerd en door de stadsarchitect J.J. Weve hersteld in zijn 17de-eeuwse vorm. Hij baseerde zich daarbij vooral op de tekeningen van Lambert Doomer. Doomer maakte tenminste dertien tekeningen van Nijmegen (waaronder enkele eigenhandige herhalingen) die allemaal, met een drietal variaties in standpunten, gezichten tonen op de Belvedere, Hunnerpoort of Valkhofburcht. Van die groep is dit één van de fraaiste werken en van voldoende kwaliteit om bijvoorbeeld eind 18de eeuw te hebben behoord tot de beroemde Amsterdamse tekeningencollectie Ploos van Amstel. De breed opgezette compositie, prachtige licht-donker contrasten en trefzekere pen zijn karakteristiek voor Doomers reistekeningen, die tot het beste behoren van de Nederlandse 17de-eeuwse tekenkunst.

Leerling van Rembrandt

Niet toevallig herinnert zijn stijl aan die van Rembrandt; Lambert was een leerling van Rembrandt en zoon van diens lijstenmaker Herman Doomer. In de periode dat hij zijn opleiding kreeg in Rembrandts atelier, omstreeks 1640, schilderde zijn leermeester de portretten van Doomers beide ouders (nu in het Metropolitan Museum of Art, New York en de Hermitage, St. Petersburg). Lambert Doomer bracht in 1646 een bezoek aan zijn broers, die in Nantes woonden, en maakte zowel ter plekke als op zijn terugreis langs de Loire talloze schetsen van kastelen en steden. De hier afgebeelde tekening moet zijn gebaseerd op een studie die hij ter plaatse vervaardigde in de jaren 1661-63, tijdens een studiereis langs de Rijn. Het is een weliswaar eigenhandige, maar lang na de reis ontstane herhaling, één uit een grote reeks van dergelijke tekeningen die hij tussen 1671 en 1673 maakte. Deze latere versies tekende Doomer op papier uit een kasboek, herkenbaar aan twee horizontale lijnen in roodbruine inkt waar op te tellen bedragen netjes onder elkaar konden worden genoteerd. Doomer was redelijk welgesteld en hoefde niet voor zijn brood te werken. Mogelijk tekende hij zijn 'reprises' van oude reisschetsen op verzoek van bevriende verzamelaars.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.

Voorwerpen