Laatgotische torenmonstrans

Laatgotische torenmonstrans door Jean-Pierre van Rijen

Deze in 1996 aangekochte monstrans - een zeldzaam pronkstuk - kent een opmerkelijk verleden: tot twee jaar tevoren was er niemand die van haar bestaan wist. Pas in 1994 kwam de monstrans tijdens een verbouwing bij een particulier onverwacht vanachter een muur tevoorschijn.

Verborgen kistje

In roerige tijden, mogelijk tijdens de beeldenstorm, werd het zilverwerk achter het metselwerk verborgen, nadat het door onverlaten was beschadigd. Wat werd aangetroffen was een kistje vol losse, zwart aangelopen onderdelen. Een restaurator moest de monstrans reconstrueren. Over de maker, datering en herkomst is weinig bekend. De zilversmid is helaas niet te identificeren. Zijn meesterteken lijkt op een pijl, zodat hij de noodnaam 'Meester met Huismerk Pijl' meekreeg. Door de stadskeur, een dubbelkoppige adelaar in een schild, weten we in welke stad (Nijmegen) en in welke periode (eind 15de eeuw, eerste helft 16de eeuw) de monstrans gemaakt is. Een inscriptie ontbreekt jammer genoeg, maar als herkomst van de spectaculaire vondst wordt aan de omgeving van Tiel of de Neder-Betuwe gedacht. In Nederland resteert nog maar zo weinig middeleeuws edelsmeedwerk, dat van een zilversmid zelden meer dan één stuk te vinden is. Heel bijzonder is het dan ook dat van deze maker een tweede werk bewaard bleef, een nagenoeg gelijke monstrans in de Cosmas en Damianuskerk in Groesbeek (vlakbij Nijmegen).

'Gotische kathedraal'

De functie van een monstrans is het 'uitstellen' ofwel tonen van de geconsacreerde hostie, op het altaar of tijdens een processie. Op de plaats middenin waar nu een gat gaapt, was de glazen cilinder geplaatst met daarin de hostie. Het torentje boven die cilinder en de beide flanken ernaast zijn opgebouwd uit pijlers, pinakels, spuwers, kruisbloemen, traceerwerk en dergelijke. Het zijn dezelfde architectuurelementen die ook gotische kathedralen kenmerken. Veel minder dan bij oudere monstransen is er hier sprake van een stevige bouwkundige constructie. De zijflanken bestaan niet uit steunberen en uit luchtbogen die een centrale torenspits schragen, eerder zijn het op zichzelf staande sokkels met heiligenbeeldjes onder luchtige baldakijnen. Bovenin is God de Vader weergegeven, links Johannes de Doper, rechts een heilige bisschop.

Verwantschap met Akense monstrans

Heel kleine beeldjes, eveneens gegoten en verguld, zijn ruggelings tegen de buitenste pijlers geplaatst. Op het benedendeel van de monstrans komen nauwelijks nog architectonische decoraties voor. De zeshoekige stam en achtlobbige voet sluiten niet goed bij elkaar aan. De stam toont nog gegraveerde gotische vensters, de rest is versierd met knorren ofwel bolplooien. Deze bolle, langgerekte welvingen op de voet, op de nodus (de verdikte knop die dient als handvat) en op het trechtervormige deel boven de stam werden geïntroduceerd tijdens de late gotiek, maar bleven de hele renaissance in zwang. Vooral dit gedeelte is verwant aan een Akense monstrans in het Keulse Schnütgenmuseum, kort na 1510 vervaardigd en te relateren aan de beroemde zilversmid Hans von Reutlingen. Dat verbaast niet: de middeleeuwse zilversmeden in Nijmegen waren in de vormgeving van hun werk sterk gericht op het Rijnland.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.

Voorwerpen


Thema's Museum