Johannes Teyler

Johannes Teyler door Gerard Lemmens

Twee voorbeelden van een verzamelgebied van het museum, dat in de loop der jaren zeer omvangrijk is geworden doch dat, zoals met alle kunstwerken op papier het geval is, door de grote lichtgevoeligheid slechts af en toe kan worden getoond.

Uitvinder meerkleurendruk

Het omvat vele tientallen in het laatste kwart van de 17de eeuw in kleuren gedrukte prenten op allerlei terrein: planten, vogels, landschappen en stadsgezichten. Zij gaan terug op de activiteiten van Jan Teyler, de 'uitvinder van de meerkleurendruk', een van de meest intrigerende en raadselachtige Nijmegenaren uit de Gouden Eeuw. Zijn uitvinding berust daarin dat hij een methode gevonden heeft om van één gegraveerde koperen plaat kleurendrukken te maken door deze met speciale drukinkten in te kleuren en dan op papier of linnen af te drukken - een arbeidsintensief werkje dat kort na Teylers tijd door de 'echte' kleurendruk van verschillende, in drie hoofdkleuren ingekleurde koperen platen na en over elkaar vervangen werd.

Professor in Nijmegen

Teyler werd in 1648 geboren als zoon van een Schotse huursoldaat, die eerst in Zutphen gelegerd was en die later in Nijmegen een van de grootste herbergen aan de Grote Markt kocht, het Hert geheten. Zijn jongste zoon werd ingeschreven aan de in 1655/56 opgerichte Nijmeegse universiteit, de 'Kwartierlijke Academie'. Hij studeerde er filosofie en wiskunde en werd in 1670 professor als opvolger van zijn leermeester. Behalve met die vakken hield hij zich ook bezig met de krijgskunde en zeer waarschijnlijk ook al met druktechnische experimenten, mogelijk samen met de landmeter en horlogemaker Pieter van Call. Nadat tengevolge van de inval der Fransen de universiteit in 1672 voorlopig en in 1678 definitief gesloten was trad hij in dienst van de Grote Keurvorst van Brandenburg, eerst evenals zijn oudere broer Robbert als militair, daarna als wiskundeleraar van de keurvorstelijke prinsen.

Atelier en kleurendrukkerij

Rond 1680 werd hij lid van de Nederlandse kunstenaarsvereniging in Rome, de Bentvueghels. Hij ondernam een reis naar het Nabije Oosten en Egypte en keerde naar Nederland terug. Daar vroeg hij patent aan op het in kleuren bedrukken van papier en zijden stoffen en opende een atelier, onder andere in het kasteel Huis te Blotinge te Rijswijk. Twee Nijmeegse tekenaars en graveurs werkten daar in zijn dienst, Jan van Call (zoon van Pieter) en Mattheus Berckenboom. In 1698 werd het bedrijf waar vooral zijden en linnen stoffen gedrukt waren geliquideerd. Teyler zelf werd weer militair en stierf in Pruisische oorlogsdienst; Van Call met zijn zoons Jan junior en Pieter junior bleven als (vooral topografisch) tekenaar werken in Den Haag; Berckenboom keerde terug naar Nijmegen en drukte daar verscheidene topografische gezichten van stad en omstreken in kleur.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.


Thema's Museum