Jean Le Gac

Jean Le Gac door Frank van de Schoor

Op het eerste gezicht lijkt de voorstelling een nogal merkwaardig tafereel van krijgshaftige indianen die op onverklaarbare wijze in een boekenkast terecht zijn gekomen. Door de fraaie verentooi en hun manhaftige houding dwingen de krijgers respect af. De trefzekere handboog is paraat en pijlen steken als piketpalen in de grond.

'Le peintre a disparu'

Hier wordt iets belangrijks volgens de regels van de indiaanse krijgskunst verdedigd. De figuren zijn omgeven door een diffuus okerkleurig vlak, dat nog het meest lijkt op een wolk of een nevelsliert. Het vlak tast de contouren van de voorstelling aan, vergelijkbaar met een afgebladderd fresco dat is beschadigd door vochtinwerking of verkleuring. Het afgebeelde boek van Henry James, 'The two magics' is gepubliceerd in 1898 en bevat twee novelles 'The Turn of the Screw' en 'Covering End'. Het boek gaat over geestverschijningen, waarbij de lezer aan het eind van het verhaal nog steeds niet weet of de geesten echt zijn of een hersenspinsel, een nachtmerrie. Het andere boek van Frank King heet 'Le Peintre a disparu', de schilder is verdwenen. Misschien wordt hij vermist, wellicht is hij zelfs gedetineerd, zoals de indianen uiteindelijk is overkomen. Zoals de titel van het kunstwerk suggereert is de schilder wellicht in een reservaat beland, omdat hij in zijn volharding om zijn geliefde metier te blijven beoefenen, de grens van het aanvaardbare heeft overschreden. Hoe verschillend beide delen van het kunstwerk ook zijn, toch vormt de schildering een mooie eenheid met de foto. Beide nemen de ruimte van het platte vlak in beslag en kennen hun eigen uitstraling.

Toekomst van de schilderkunst

In zijn werk onderzoekt Le Gac de rol van de hedendaagse schilderkunst. Heeft de schilder afgedaan door de komst van nieuwe media en fotografie? Hij zoekt antwoorden op deze vraag door zich in de rol van verslaggever, schrijver en schilder te verplaatsen. Met fototoestel, schrijfmachine, potlood en schilderkwast maakt hij zijn reportages en doet hij verslag van zijn bevindingen. De uitkomst is zowel geestig als melancholisch van aard. Dikwijls draait het uit op de vaak besproken 'dood van de schilderkunst'. Het is met name dit einde dat Le Gac al schilderend en tekenend telkens weer aan de orde stelt. Al jaren lang reflecteert hij over het gebrek aan toekomst voor de schilderkunst, de uitzichtloosheid en het gemis aan overlevingskansen voor het veelgeprezen medium. Door de virtuoze wijze waarop hij het dilemma aan de orde stelt, toont hij paradoxaal genoeg de veerkracht van de schilderkunst juist overtuigend aan. Hij is er niet bang voor bij zijn onderzoek fotografie te gebruiken, terwijl dit medium de schilderkunst in principe nog het meest bedreigt.

Helden van weleer

Het werk sluit aan bij een nieuwe richting die Le Gac in de jaren tachtig inzet met het vervaardigen van grote tekeningen, vaak in combinatie met fotobeelden. De collages roepen een droomachtige sfeer op, illustraties en herinneringsbeelden uit jeugdboeken. Het zijn de helden van weleer die op de jonge Jean diepe indruk hebben gemaakt. Zijn de schilders net als de trotse indianen de Laatsten der Mohikanen? De kunstenaar Jean Le Gac, of hij nu met vakantie is of in de gevangenis zit - zoals in de titel van het kunstwerk valt te lezen - blijft om boeken, om kleuren en om schilderkunst vragen.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.

Voorwerpen