J. van Leeuwen

J. van Leeuwen door Marja Begheyn-Huisman

Dit opvallend kleurrijke gezicht op Nijmegen geeft een idyllisch beeld van een stad met monumentale gebouwen en bomen onder een hoge wolkenlucht. Van de kunstenaar die een groot aantal aquarellen signeerde met 'J. van Leeuwen' zijn geen biografische gegevens bekend. Zijn Amsterdamse gezichten dateren uit de periode 1816-1830, de Nijmeegse uit circa 1822-1827.

Het Hof en het Bosch

Van Leeuwen had een voorkeur voor weidse vergezichten, genomen vanaf de uitkijkpunten op de stadswal en langs de wegen naar de dorpen in de omstreken. Zijn breed opgezette, heldere composities zijn uitgevoerd in delicate lijnen en in frisse kleuren. Bewust heeft de kunstenaar de afstanden groter gemaakt dan ze in werkelijkheid waren en de hoogteverschillen benadrukt. De naar verhouding kleine figuurtjes van wandelaars, reizigers en melkmeisjes die de vergezichten verlevendigen, versterken dit effect. De aquarel is gemaakt vanuit een punt in de wandeling op de wal, namelijk de Belvedere. Via de Voerweg kijkt de kunstenaar naar de stad. Deze in de late middeleeuwen verdiept aangelegde weg scheidt de twee belangrijkste stadsparken uit die dagen, het Valkhof, ofwel 'het Hof' en het Kelfkensbos, ook 'het Bosch' genoemd. Op de voorgrond in het midden zien we het rijtje huisjes op het Geertruidsbergje of 'Bergske', rechts de huizen onderaan de Voerweg en het begin van de Rozemarijngas.

Beroemde gasten

In 1895 begon in Nijmegen de sanering met de sloop van deze huisjes, omdat het wijkje onderaan het Valkhof als 'rosse buurt' bekend stond. Links op de voorgrond zijn de twee omstreeks 1650-1660 aan de voet van de stadsmuur gebouwde villa's te zien. De kapitale woningen in barokstijl gingen bij de stadsbrand van 1944 verloren. In het voorste huis, op de plaats waar nu Museum Het Valkhof staat, logeerden enkele jaren voor deze tekening tot stand kwam na elkaar Lodewijk Napoleon, Napoleon en tsaar Alexander I, koning Willem I en kroonprins Willem (II). Het huis daarachter werd bewoond door Cornelis Krayenhoff, die als inspecteur-generaal verantwoordelijk was voor de forten rond de stad. In het gezicht op Nijmegen zijn van links naar rechts te herkennen: de molen bij Bottendaal, de Mariënburgkapel, de Regulierenkerk aan de Molenstraat, de toren van de Burchtpoort, de molen op de Sint Jacobstoren, de Broerskerk en de Stevenskerk. Van deze gebouwen hebben alleen de Mariënburgkapel en de Stevenskerk de eeuwen getrotseerd.

Silhouet van de burcht

Na de afbraak van de Valkhofburcht in 1797, stelden twee raadsleden voor om Johan David Zocher Sr. een plan te laten ontwerpen voor de aanleg van een park. Zocher moest in zijn ontwerp het bouwvolume van de gesloopte burcht vervangen. Op de plaats van de ringmuur ontwierp hij een populierenlaan. De tekening van Van Leeuwen laat zien wat Zocher voor ogen stond: boven het blok, gevormd door het met populieren omgeven Valkhofpark is de toren van de Stevenskerk zichtbaar als vervanging van de gesloopte toren van de burcht. Op dit stadsgezicht uit 1822 zijn de in 1799/1800 geplante bomen inmiddels hoog opgeschoten. Het terrein tussen de Voerweg en de St. Jorisstraat was in 1622 geheel met bomen beplant en veranderd in het eerste park van Nijmegen. Het werd toen het Kalverbosch genoemd, later het Kelfkensbos. Op de tekening ziet het park er nog uit als een bos. In 1840 zijn vrijwel alle bomen omgehakt en ging men het plein onder meer gebruiken als markt.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.

Voorwerpen