Het natuurgeweld van Hendrik Hoogers

Het natuurgeweld van Hendrik Hoogers door Marja Begheyn-Huisman

In 1784 stortte door plotseling opkomend hoog water als gevolg van kruiend ijs de Lappentoren in, de noordoostelijke hoektoren van de stadsomwalling. Uitgaande van kort na deze ramp gemaakte schetsen legde Hendrik Hoogers de situatie nauwkeurig vast.

Natuurgeweld en bestuursgeweld

Boven de brokstukken van de toren rijst het burchtcomplex op, massief en ongenaakbaar voor het verwoestende natuurgeweld. De golven op de voorgrond, de onstuimige wolken en de vele donkergrijze tinten dragen bij aan de onheilspellende sfeer. Van de burcht zijn de Reuzentoren te zien en de daarop aansluitende woonvleugel, eindigend in de iets hogere Jonker Janstoren; links de Belvederetoren op de stadsomwalling. Ruim tien jaar later inspireerde een naderende nieuwe ramp, de afbraak van de burcht waartoe in 1795 was besloten, de kunstenaar om in dezelfde techniek een pendant te maken van de eerste tekening. Zoals hij zelf verklaarde wilde hij de nagedachtenis aan het monument in ere houden door het beeld ervan voor volgende generaties vast te leggen. Als raadslid had hij niet meer kunnen bereiken dan het veilig stellen van de twee burchtkapellen. Vooral met deze tweede tekening heeft Hoogers een nauwkeurig portret van de burcht willen geven. De aanblik vanaf de Lentse oever met links de gierpont, geeft een goed zicht op de verschillende bouwdelen van het in donkere tinten weergegeven complex.

'smartelijke naegedachtenis'

Het bouwwerk verheft zich hoog boven de nauwkeurig getekende benedenstad, waarvan de gevels licht zijn gehouden. De afgewogen compositie, waarin de burcht wordt geflankeerd door de Belvedere links en de Burchtpoort rechts, geeft rust en monumentaliteit aan de voorstelling. Hoogers hield beide tekeningen in portefeuille tot hij in 1800 besloot de Duitse graveur E. Thelott de voorstellingen in prent te laten brengen. Twee afdrukken van de kopergravure naar de eerste tekening zond hij met een bewaard gebleven brief aan het bestuur van het Rijk van Nijmegen, waarvan de burcht deel had uitgemaakt. In zijn brief bood Hoogers het bestuur de prent aan en stelde dat hij de 'smartelijke naegedachtenis' aan de verkoop en vernieling van de burcht hiermee enigszins wilde verzachten. In 1804 schonk Hoogers de eerste exemplaren van de gravure naar de tweede tekening aan de magistraat van de stad.

Erkentelijkheid

Pas in 1807 gaf het stadsbestuur hem uit erkentelijkheid een zilveren bord met stadswapen als geschenk, gemaakt door zilversmid J.W. Pas. Ook aan het bestuur van het Rijk van Nijmegen zond Hoogers een exemplaar van de tweede prent. Hendrik Hoogers was in Nijmegen werkzaam als leerlooier, burgemeester en kunstenaar. Hij maakte delicate tekeningen en etsen met vooral topografische onderwerpen naar de smaak van zijn tijd, voor het grootste deel van Nijmegen maar ook van Utrecht, Arnhem en Rhenen. Zijn gezichten van de burcht, in het bijzonder de twee grote gravures die in enorme oplagen in Nijmegen verspreid zijn, hebben het beeld van de aanblik van de burcht bepaald. In de collectie werken van Hoogers in Museum Het Valkhof bevinden zich behalve de hier beschreven tekeningen en gravures ook de koperplaten. Een kostbaar bezit, omdat ze samen met de bewaard gebleven archiefstukken getuigen van Hoogers' liefde voor zijn geboortestad en de Valkhofburcht.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.

Voorwerpen


Thema's Museum