Het diploma van Elst

Het diploma van Elst door Louis Swinkels

Op de voor- en achterkant van dit bronzen plaatje is de tekst ingebeiteld van een officieel Romeins document. Daarin verklaart keizer Trajanus (98-117) het burgerrecht te hebben verleend aan een Bataaf die in het Romeinse leger heeft gediend.

Burgerrecht ook voor vrouwen en kinderen

Ondanks de zwaar gehavende staat is het mogelijk de oorspronkelijke tekst vrijwel volledig te reconstrueren. Naast enkele in ambtelijk Latijn geformuleerde zinnen bevat de tekst een lange reeks namen en eretitels. Het document is bovendien gedateerd, op 20 februari van het jaar 98. Vooraan staan de naam en eretitels van keizer Trajanus, gevolgd door een lijst van 31 legereenheden. In het jaar 98 waren deze gestationeerd in de provincie Neder-Germanië, in kampementen langs de Rijn, van Katwijk aan Zee tot Remagen onder Bonn. Alle soldaten van deze eenheden met tenminste 25 dienstjaren kregen op dezelfde dag het Romeinse burgerrecht. Nauwkeurig wordt gespecificeerd dat dat ook gold voor hun vrouwen en kinderen.

Bataafse ruitereenheid

Het burgerrecht was een bijzondere beloning voor bewezen diensten voor soldaten van de zogeheten hulptroepen (auxilia) van het Romeinse leger. Dit waren kleinere eenheden van 500 of 1000 man sterk, meestal gerekruteerd uit volkeren in de randzones van het rijk. De veel grotere legioenen stonden alleen open voor mensen die al Romeins burger waren. Zoals in de laatste zin staat vermeld, is het document een gewaarmerkt afschrift van het keizerlijke besluit dat in Rome werd bewaard en waarin alle begunstigden werden opgesomd. Op het afschrift dat ze zelf ontvingen, volgde onder de tekst alleen hun eigen naam en, voor zover van toepassing, die van hun vrouw en kinderen. Op dit exemplaar kunnen we nog wel lezen dat het burgerrecht is verleend aan een Bataafse soldaat en aan zijn vrouw en twee dochters, maar hun namen stonden helaas op een nu ontbrekend stuk. De soldaat heeft gediend in de Ala Batavorum, een uit Bataven samengestelde eenheid ruiters van duizend man sterk.

Trajanus, bevelhebber en keizer

Niet lang na zijn vertrek uit dienst werd de eenheid overgeplaatst naar de Balkan. Zelf is hij waarschijnlijk teruggekeerd naar zijn geboortegrond in de Over-Betuwe: het getuigschrift kwam in 1988 tevoorschijn langs de huidige weg van Elst naar Valburg. Het Bataafse dorpje dat hier heeft gelegen, telde vermoedelijk maar enkele boerderijen. Trajanus staat in het document niet alleen als keizer vermeld, maar ook als bevelhebber van de troepen in Neder-Germanië. Op de erin genoemde datum was hij pas enkele weken keizer. Hij bevond zich toen aan de Nederrijn en had zijn hoofdkwartier in Keulen. Tot de maatregelen die hij hier heeft genomen, behoorde wellicht ook de verlening van stadsrechten aan Nijmegen, dat voortaan Ulpia Noviomagus heette, naar zijn familienaam Ulpius.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.

Voorwerpen