Hendrik Hoogers

Hendrik Hoogers door Gerard Lemmens

Een wat ongewoon familietafereel laat Hendrik Hoogers ons zien op dit paneel uit 1783 dat een kamer toont in het huis op de Nijmeegse Korenmarkt dat hij op dat moment tien jaar bewoonde. In die periode hadden zich heel wat veranderingen voorgedaan in het leven van deze amateurschilder en -tekenaar, die van beroep leerfabrikant en -handelaar was.

Familie

In 1779 was zijn vrouw, de Amsterdamse Hermijna Tack overleden, haar man achterlatend met drie jonge kinderen, Willem Carel (1773), Jacoba Wilhelmina (1776) en Abraham (1778). Voor de kinderen zocht de weduwnaar, die tot de gegoede middenstand behoorde, een verzorgster die we hier in een 'ondergeschikte' positie afgebeeld zien, zittend op de vloer, spelend met de vijfjarige en nog in een jurkje geklede Abraham. Inmiddels had de vader in 1781 een nieuwe echtgenote gevonden, Cornelia van Ommeren uit Wageningen. Zij is de eigenlijke hoofdpersoon op het schilderij; zij wijst op een schilderij met vijf portretkoppen, mogelijk zelfportretten van haar artistieke echtgenoot. Haar man staat achter haar, rechts, en houdt eveneens een schilderij vast, de schilder zelf met zijn tweede vrouw op schoot - een bescheiden variatie op Rembrandts befaamde zelfportret met Saskia. Van de drie kinderen zou de oudste, Willem Carel, in zijn vaders voetsporen treden, maar zonder diens talent: hij werd een eenvoudige tekenleraar. Zijn uitdossing als soldaat, met hoge muts, trommel en houten geweertje, verwijst mogelijk naar het feit dat zijn vader enkele jaren later de kant van de patriotten zou kiezen, tegen de Oranjegezinde regenten.Vanaf 1794 was Hendrik Hoogers actief lid van de Raad van de stad. Zo was hij een van de tegenstanders van de afbraak van de Valkhofburcht, waarvan hij het exterieur in twee beroemd geworden prenten heeft vereeuwigd. Van hem is ook het voorstel het Valkhofpark door de tuinarchitect Zocher aan te laten leggen. Enkele jaren, 1797/98, 1805 en 1806 was hij zelfs burgemeester van de stad.

Soldaat

In tegenstelling tot zijn oudere broertje heeft het nu nog met paardje en zweep spelende jongere zoontje van Hoogers, Abraham, wel voor het soldatenbestaan gekozen. Als tweede luitenant in het 3de bataillon werd hij op 27 augustus 1799 ernstig gewond bij het afslaan van de Engelse aanval op de Nederlandse republiek bij Callandsoog en overleed hij tengevolge daarvan op 6 oktober in Amsterdam, waarschijnlijk bij de familie van zijn eigen moeder. Het derde kind, waarvan de naam Jacoba Wilhelmina suggereert dat de Hoogersen vóór de Patriottentijd niet ongevoelig waren voor de modenaam ontleend aan de vrouw van Stadhouder Willem V, Wilhelmina van Pruisen, trouwde in 1800 met een lid van de Nijmeegse kooplieden- en zilversmedenfamilie Schiff.

Groot oeuvre

De tot nu toe niet genoemde zevende persoon op het familieportret is de oudere man achter Cornelia. Waarschijnlijk is het Hoogers' stiefvader Jan van Broestershuijsen, die in de praktijk de leerhandel aan de Grote Markt en het molenbedrijf in de nog altijd bestaande Witte Looimolen dreef. Hij stimuleerde zijn stiefzoons artistieke aanleg en maakte het hem mogelijk zijn kunstenaarstalent te ontwikkelen. Hoogers' schilderij gold in 1963, toen het uit familiebezit opdook, als het enige schilderij van de kunstenaar, die een vrij groot oeuvre aan zeer fraaie tekeningen en aquarellen naliet: topografische gezichten, landschappen, mythologische voorstellingen en stillevens. Inmiddels zijn er enkele andere op paneel geschilderde werken van hem bekend geworden, waaronder nog twee taferelen uit zijn gezinsleven. Deze maken het aannemelijk dat de op het portret afgebeelde wandschilderingen ook van zijn hand waren.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.

Voorwerpen