Geuzenstrijd

De geuzenstrijd van Herman de Ruijter

In het uiterste westen van de Bommelerwaard rijst het imposante Slot Loevestein op. Loevestein bevindt zich op de grens van Holland, Brabant en Gelderland. Daar waar Maas en Waal samenvloeien en als Merwede verdergaan. Het Slot werd rond 1360 gebouwd. Nadat monniken van het Cisterciënzer klooster te Villers (België) ruim 60 jaar gewerkt hadden aan het dempen van de kreken en het ontginnen van de woeste landen. Een strategischer plek om een kasteel te bouwen was nauwelijks te vinden. Drie belangrijke handelsroutes liepen er langs. De waterwegen de Maas en de Waal en de route naar de stad Woudrichem. Door de ligging in het waterrijke gebied was Loevestein bovendien uitstekend verdedigbaar. Op diverse momenten in de militaire geschiedenis van Slot Loevestein bepaalde het water de uitkomst van de strijd.

De Tachtigjarige Oorlog

In de 16e eeuw waren de Nederlandse provinciën in een heftige strijd met de Spaanse heerser verwikkeld. In 1568 was de Nederlandse Opstand (beter bekend als de Tachtigjarige Oorlog) een feit. Ook Slot Loevestein raakte bij de vrijheidsstrijd betrokken. De Spanjaarden erkenden de strategische ligging van het slot en legerden er troepen. Maar op 7 december 1570 wist een klein groepje Watergeuzen, onder leiding van Herman de Ruijter het Slot in te nemen.

Herman de Ruijter: "de Principale geus"

Herman de Ruijter was een zeer vermogende Bossche veehandelaar. Hij werd al in 1567 in een brief aan Margaretha van Parma "de principale geus" van Den Bosch genoemd. Het Spaanse stadsbestuur had heel wat met hem te stellen. In datzelfde jaar probeerden de Bossche Geuzen Den Bosch te veranderen in een prinsgezinde stad. Herman de Ruijter wist de prinsgezinde kapitein Bombergen de stad binnen te smokkelen. Met een gewapende groep vergezelde hij hem naar het stadhuis om Bombergen aan het hoofd van de stedelijke strijdkrachten te laten plaatsen. Twee maanden maakte Bombergen de dienst uit in Den Bosch, maar uiteindelijk slaagde De Ruijters opzet niet. Na een maandenlange belegering door de Graaf van Megen, die de stad voor de Spanjaarden wilde innemen, moesten zowel Herman de Ruijter als kapitein Bombergen de stad verlaten. Van 1567 tot 1570 zijn we Hermans spoor bijster. Maar op 7 december 1570 verscheen hij plotseling met een groepje Watergeuzen voor de poort van Loevestein.

Vermomming aan de poort van Loevestein

Op 7 december 1570 meldde Herman de Ruijter zich aan de poort van Slot Loevestein en vroeg om onderdak voor hem en zijn kleine gezelschap. Over de vermomming van de Geuzen bestaat wat onduidelijkheid. Volgens de ene bron was het gezelschap gekleed als monniken. Terwijl een ander verhaal hen beschrijft als "oosters" gekleed in de vermomming van Duitse veeverkopers. Arnt de Jeude, heer van Hardinxvelt, was kastelein van Loevestein. Hij vervulde zijn ambt in naam van de koning van Spanje. Deze slotvoogd ontving het gezelschap gastvrij. Dat was de kans waarop Herman gehoopt had. Herman de Ruijter eiste het Slot op in naam van de Prins van Oranje. Hij had een lastbrief bij zich waarin de prins verklaarde:

"Zo is 't, dat wij, steunende op de ijver en trouw van Herman de Ruijter, aan de zelve gegeven en geschonken hebben macht, gezag en opdracht, hem bij dezen opdragende zich met zodanig getal van lieden als hem goeddunken zal, te begeven naar de steden Gorinchem, Woudrichem en het Slot Loevestein, om deze, door alle werken en middelen, van onzentwegge en ten dienste zijner Majesteit aan te vallen en te nemen, genomen zijnde ze in haar oude privilegiën en vrijheden te bewaren."

Geuzen bezetten Loevestein

De Jeude weigerde zich over te geven. Dat kostte hem en zijn mannelijk personeel het leven (0188-S1987-37a). Op 11 december arriveerde er versterking. Hiermee kwam de totale bezetting van Loevestein op zo'n 21 Geuzen. Ondertussen sloegen de magistraat van Woudrichem en Gorinchem alarm. Zij lieten hun troepen de toegang tot Loevestein blokkeren en stuurden meteen een brief naar de magistraat van Zaltbommel om ondersteuning te vragen. Ook Alva, de bevelhebber van de Spaanse troepen, werd gewaarschuwd. Deze stuurde 50 soldaten onder bevel van kapitein Perea vanuit Den Bosch. De volgelingen van de Prins, de Staatsen, stuurden een kleine versterking om de Geuzen te helpen het Slot te behouden. Dit legertje had echter de grootste moeite om maar enigszins in de buurt van Loevestein te komen: het hoge water speelde hen parten.

Spanjaarden nemen Loevestein weer in

De Spanjaarden zetten een ringmuur op en waagden een aanval. Al vrij snel kregen zij de voorburcht in handen. De Ruijter en zijn Geuzen wisten het slot zelf bezet te houden. Zij hadden de binnenpoort met een grote berg aarde geblokkeerd. De situatie bleef een paar dagen onveranderd (0188-S1979-01a). Alva besloot meer troepen te sturen om voor eens en altijd met De Ruijter af te rekenen: 60 haakbussers uit Den Bosch kwamen bij Loevestein aan (0188-GL00681C3). Vanuit Zaltbommel werd geschut aangevoerd en op 19 december 1570 sloegen de kogels uit dit kanon een bres in de muur (0188-VH00175X). De Spanjaarden bestormden het slot en een gevecht van man tot man was het gevolg. De Spaanse troepen wisten één van de torens in te nemen en een gevecht op twee fronten was te veel voor het kleine gezelschap Geuzen. Nog diezelfde dag namen de Spanjaarden het Slot in.

Herman de Ruijter sneuvelde tijdens de strijd. In de (romantische) literatuur wordt hem een heldhaftige dood toegedicht, waarbij hij liever zou sterven dan zich over te geven. Het is zeer onwaarschijnlijk dat hij zich met buskruit heeft opgeblazen zoals de overlevering wil. Feit is dat de Geuzen zich heldhaftig tegen de enorme overmacht verzetten. Hermans hoofd werd op een spies op de Grote Markt van Den Bosch tentoongesteld. Zijn lichaam werd bij Slot Loevestein opgehangen om iedereen die een nieuwe opstand durfde te ontketenen af te schrikken. Ook de overige doden werden opgehangen. De paar Geuzen die de strijd overleefd hadden, wachtte de galg of het rad.

Loevestein voorgoed in Staatse handen

Toch is het Geuzenverhaal dan nog niet afgelopen. Op 1 april 1572 namen de Geuzen Den Briel in en op 27 juni landde er een Geuzenvloot te Gorinchem. De commandant van de stad stuurde uit voorzorg een kleine legereenheid naar Loevestein. De Geuzen doorzagen dit plan en wisten Loevestein eerder in te nemen. Na enige schermutselingen gaven Woudrichem en Gorinchem zich aan de Geuzen over. Een voorgenomen aanval van Parma op Loevestein in 1589 ging niet door. Hij moest zich terug trekken omdat het Monnikenland in een rap tempo onder water liep. Dankzij het wassende water bleef Loevestein - en nu voorgoed - in Staatse handen.

Dit verhaal komt uit het boek: Kastelen uit Rivierenland, ISBN 9789078086017.

Voorwerpen