Forensisch onderzoek

Crime Scene Investigation - honderd jaar geleden

Eén van de eerste "Crime Scene Investigators" in Nederland was Christiaan Jacobus van Ledden Hulsebosch (1877- 1952). Hij deed grote ontdekkingen op het gebied van forensisch onderzoek en werd in zijn tijd zelfs de "Sherlock Holmes van Amsterdam" genoemd.

Van Ledden Hulsebosch was van huis uit apotheker, maar studeerde ook criminologische scheikunde en natuurkunde. Zijn loopbaan begon aan de Amsterdamse Nieuwendijk, waar hij de apotheek van zijn vader voortzette. Later vestigde hij op dit adres zijn eigen "Laboratorium voor Criminalistisch Onderzoek". Hij gaf er les aan veldwachters in "Het eerste optreden op de plaats van een misdrijf". Zijn werk en onderwijs kregen erkenning: van 1916 tot 1942 was hij wetenschappelijk adviseur bij de opsporingsdienst van de Amsterdamse politie.

In 1914 stichtte Van Ledden Hulsebosch de eerste school voor politieonderzoek. Zijn motto was: Onderzoek eerst alle dingen en maak dan pas uwe gevolgtrekking! Dit stond ook op een bord in zijn instructielokaal. Over zijn ervaringen schreef hij het boek "Veertig jaar Speuderswerk" in 1945.

Een pionier was Van Ledden Hulsebosch, want hij was één van de eersten die het ultraviolet licht gebruikte bij forensisch onderzoek. Onder andere bij het opsporen van vervalst papiergeld, vervalste postzegels en valse postwissels. Het verhaal gaat dat hij het UV-apparaat persoonlijk bij Madame Curie kocht.

Hoe het allemaal begon

De belangstelling van Van Ledden Hulsebosch ging al vroeg uit naar de criminalistiek. Zijn vader, M.L.Q. van Ledden Hulsebosch, deed veel onderzoek voor politie en justitie. Daardoor kwam zijn zoon al vroeg met dit soort onderzoek in aanraking. Nadat Van Ledden Hulsebosch jr. bij afwezigheid van zijn vader een keer succesvol voor hem waarnam, werd zijn apotheek al snel een centrum van wetenschappelijk criminologisch onderzoek in Nederland. Hij richtte er een goed georganiseerd laboratorium in, voorzien van de modernste apparatuur.

De zelfverzekerde verschijning van Van Ledden Hulsebosch op de plaats van een misdrijf. De handelingen die hij daar met kwast en loep verrichtte en het relaas van zijn bevindingen grensden voor plaatselijke veldwachters aan niet te begrijpen magie. Daarom werd hij ook wel "de magiër van de Nieuwendijk" genoemd.

CSI

In Nederland was het Van Ledden Hulsebosch die het nemen van vingerafdrukken - de dactyloscopie - invoerde. Het patroon van de zogenaamde papillairlijnen op vingers zijn voor elke vinger uniek. En daardoor zijn vingerafdrukken voor elk mens uniek. Zo kunnen ze dus ter identificatie, bijvoorbeeld van een misdadiger, dienen. Bij de uitrusting van de recherche hoorde daarom een houten kist met dactyloscopische hulpmiddelen, zoals inktrollen, een spatel en een tube inkt.

Van Ledden Hulsebosch vond een camera uit speciaal voor het fotograferen van vingerafdrukken. Hij knutselde het apparaat zelf in elkaar. Terwijl de lens naar de vingerafdruk 'kijkt, verlichten vier metaaldraadjes de afdruk. Met behulp van deze camera werd het nemen van een vingerafdruk ter plaatse een stuk sneller, het kostte slechts 45 seconden. De afbeelding, op een plaatje van 6½x9 cm, was haarscherp, 2½ keer vergroot en gelijkmatig belicht.

Voetsporen, bloedvlekken en andere onregelmatig begrensde vlakken werden door de onderzoeken van Van Ledden Hulsebosch beter in kaart gebracht. Een voorbeeld daarvan is het maken van gipsafdrukken van voetafdrukken. De Technische Recherche gebruikt tegenwoordig nog steeds een zogenaamde gipskoffer.

Hij was ook geïnteresseerd in de metrische fotografie volgens het systeem van Heindl. Robert Heindl bedacht een tegel met daarop een liniaal en een gradenboog. Door de tegel mee te fotograferen kon men op de foto afstanden tussen voorwerpen uitrekenen.

In de tegenwoordig populaire televisieserie Crime Scene Investigations worden regelmatig gereedschappen onderzocht. Elk stuk gereedschap heeft door productie en gebruik een uniek patroon dat het achterlaat op het bewerkte materiaal. Hier was C.J. van Ledden Hulsebosch ook al mee bekend. Hij vergeleek een tang en afdruk ervan en kwam tot de conclusie dat die tang gebruikt was bij een misdaad. De krassensporen werden gemaakt in witwas en resulteerden in een serie streepjes die net als bij afgeschoten kogels met elkaar vergeleken konden worden.

Politiedeskundige en verzetsheld

Gedurende de Tweede Wereldoorlog deed Van Ledden Hulsebosch veel nuttig werk door, waar mogelijk, illegale en joodse landgenoten uit handen van de Duitse bezetter te houden. Dankzij een bijzonder knappe vervalsing kreeg de Joodse Henna Andries uit Dordrecht een paar Rooms Katholieke ouders in Amsterdam. Zij staat ingeschreven in het doopregister van de Rooms Katholieke kerk op 9 december 1855 als dochter van Gerrit Andries en Cornelia van Santen. Volgens hetzelfde register is haar broertje precies negen maanden ouder, en haar zusje Hendrina slechts zes maanden jonger.

"Onze befaamde politiedeskundige maakte de oude doopbewijzen, waarvoor de Duitse instanties weer bij hem kwamen om een verklaring van echtheid. Deze verklaring gaf hij ook want, zo redeneerde hij, als hij ze eigenhandig vervaardigd had, waren ze toch echt!"

Politiemuseum Amsterdam

Van Ledden Hulsebosch is de initiatiefnemer geweest voor de oprichting van het Politiemuseum Amsterdam. De collectie van dit museum is in 1991 overgedaan aan het Nederlands Politiemuseum te Apeldoorn. Hiermee werd de collectie van het Politiemuseum uitgebreid met unieke objecten die te relateren zijn aan misdaden die werden gepleegd in de eerste helft van de twintigste eeuw.

Judith I. Both, Nederlands Politiemuseum

Voorwerpen