Flipje

O Flipje, wat prijkt gij fier op onze dis!

De vlag in top! O Flipje, jongen
Wat prijkt gij fier op onze dis!
Hoe streelt uw jam de grage tongen,
En d' appelstroop zo rins en fris.

Zo dichtte de schoolmeester-verteller Gert Jan Peters uit Kerk-Avezaath bij Tiel ter gelegenheid van het 65 jarig bestaan van jamfabriek De Betuwe. Het was 1950. De Betuwe en zijn reclameboegbeeld Flipje stonden aan de vooravond van twee decennia waarin hun roem tot in de verste uithoeken van Nederland gevestigd werd.

Jamfabriek De Betuwe in Tiel

Vijftien jaar eerder was het allemaal begonnen. Jamfabriek De Betuwe in Tiel behoorde tot de grootste spelers op de markt van jams en vruchtendranken. Veel last had men van concurrenten die probeerden van het succes van de jammakers uit Tiel te profiteren door allerlei teksten op hun potten jam te zetten die verwezen naar 'De Betuwe'. De Tielenaren liepen naar de rechter, die echter in hun nadeel besliste. Hij redeneerde dat 'De Betuwe' ook verwijst naar een landstreek en die kun je niet exclusief opeisen. De directie moest iets anders verzinnen en zocht contact met het gerenommeerde reclamebureau Van Alfen uit Amsterdam. Dit bureau kwam met een mannetje met een lijf van een framboos en armen en benen van bessen. Diep over zijn voorhoofd stond een grote hoge koksmuts met zijn naam 'Flipje'. Voortaan zou hij de producten uit Tiel aanprijzen.

Juffrouw Schaap, Bertje Big, Jasper Aap en Flapoor Olifant

Van groot belang is de samenwerking met drukkerij De IJsel uit Deventer geweest. De directie van de drukkerij stelde voor Flipje avonturen te laten beleven in getekende strips in de vorm van één meter lange filmstroken. In 1936 verscheen het eerste van 47 avonturenseries. Tekenaar was Eelco ten Harmsen van der Beek. Hij vormde de stramme framboos om tot een lieflijk innemend kereltje. Samen met zijn vrouw Freddy Langeler bedacht hij het kabouterdorp, waar Flipje zich ontpopte als een soort scheidsrechter die goed gedrag beloont en kattenkwaad bestraft. Na een ballonvaart komt het fruitbaasje terecht in dierendorp, waar onvergetelijke karakters wonen als de vlijtige Juffrouw Schaap, de luie Bertje Big, de ondeugende Jasper Aap en de wat domme Flapoor Olifant.

Sparen sparen sparen

Al spoedig verschenen er meer artikelen. Een groot succes was de Flipposcoop, een soort theatertje waarmee kinderen hun Flipje-avonturenstroken konden vertonen. Om de spaarzin te bevorderen werden er ook twee langwerpige albums uitgebracht waarin de filmstroken bewaard konden worden. Het was de bedoeling geweest ook nog een derde album te laten verschijnen. Het basisverhaal zou zich afspelen op een kermis. Toen de directie van De Betuwe dit thema minder geschikt vond, stelde Ten Harmsen van der Beek voor de locatie te veranderen in een circus. Dit idee stuitte op bezwaren uit religieuze hoek en het album was van de baan. Ook Flipje had zich te houden aan de spelregels van de calvinistische samenleving!

Flipje's avonturen

In de laatste wereldoorlog voerde Flipje namens de fabriek in advertenties campagne om de lezers over te halen hun lege jampotten in te leveren. Aan dit soort glaswerk bestond een nijpend tekort. Na de oorlog, die voor Tiel en de fabriek desastreus verliep, moesten de handen uit de mouwen. Herstel volgde en in 1947 kon Flipje zijn handjes trots in de lucht heffen en aankondigen dat het karwei geklaard was. In 1953 overleed Eelco ten Harmsen van der Beek. Opvolgers zijn nooit benoemd. De fabriek volstond met het heruitgeven van de avonturenstroken in de vorm van de bekende platte boekjes. Zo kon een nieuwe generatie ook kennis maken met onvergetelijke avonturen als 'Het rapport' en 'Hekje lopen'.

De jaren vijftig en zestig brachten de innemende framboos uit Tiel grote roem. Iedereen kende hem. Een brief in een envelop met daarop geschreven 'Aan', dan een getekende Flipje en daarbij geschreven 'Jamstad' werd door de PTT feilloos bij de jammakers in het stadje aan de Waal afgeleverd. Vier dames deden de hele dag niets anders dan geruilde filmstroken en vanaf 1955 de platte boekjes verzenden aan de kinderen.

Flipje krijgt een museum

Omstreeks 1980 ging het bergafwaarts met de fabriek en zijn boegbeeld Flipje. Kinderen kregen andere helden zoals computerspelletjesheld Supermario, de innemende Nijntje en de uit het leven gegrepen vriendjes Jip & Janneke. Voor liefhebbers bleven er nog aardigheidjes van Flipje verschijnen, maar de jams en limonades aanprijzen deed hij nauwelijks meer. Toen dan ook concurrent Hero de fabriek in 1987 overnam en de productie eind 1993 naar Breda verplaatste, dacht iedereen dat het met Flipje spoedig gedaan zou zijn. Niets bleek echter minder waar. Flipje kreeg een standbeeld op de markt in Tiel en in 2002 een eigen museum. Ook verschenen er nieuwe avonturen van het inmiddels aardig op leeftijd rakende kereltje.

Flipje is van ons allemaal

De kracht van Flipje schuilt ook in zijn vermogen zich aan te passen. Zijn uiterlijk deinde mee op de maatschappelijke en culturele veranderingen door de tijd. We zien hem veranderen van een stramme framboos in de stroeve jaren dertig naar een zelfverzekerd en schalks lachend ventje in de wederopbouw jaren vijftig. Eind jaren zestig als Provo en de langharigen de wereld kleuren krijgt Flipje een 'Willem Alexander' uiterlijk met lang blond haar onder zijn mutsje uit. De no nonsens jaren tachtig brengen Flip als gelikte reclamemaker. De polderende jaren van de millenniumwisseling laten hem zien als een "terug naar de roots" type. Flipje wist zich steeds aan te passen, ook in het alternatieve circuit, waar we hem tegen kruisraketten zien schoppen en als dwarsligger zien fungeren tegen de omstreden Betuwe route.

Kortom de dartele framboos uit Tiel is springlevend en zal dat nog wel een poos blijven. Hij behoort tot ons Gelders, ja zelfs nationale erfgoed.

Peter Schipper

Voorwerpen