Ferdi

Ferdi door Frank van de Schoor

Ferdi (Ferdina Jansen) maakt in 1957, na vele omzwervingen en een zesjarig verblijf in Parijs, de keuze om zich samen met haar partner en latere echtgenoot Shinkichi Tajiri definitief te vestigen in Nederland, aanvankelijk in Amsterdam en vanaf 1962 in het Noord-Limburgse Baarlo, waar het gezin Tajiri het 18de-eeuwse kasteel Scheres betrekt.

Hortisculpturen

Door een noodlottig ongeval in huis overlijdt Ferdi op 2 februari 1969. In haar Parijse en Amsterdamse periode heeft zij zich als kunstenaar toegelegd op het vervaardigen van sieraden en ijzerplastieken waar ze redelijk succesvol mee was. In 1964 reist Ferdi door Mexico. Daar doet zij inspiratie op voor een nieuwe ontwikkeling in haar beeldende werk. Zij ervaart de vegetatie als heel voluptueus, bijna een jungle met vele intense kleuren. De grote bloemen zijn indrukwekkend en uit enthousiasme neemt ze papieren bloemen mee uit Mexico. Thuisgekomen begint Ferdi vrijwel meteen met het uitproberen van plastische vormen, gebaseerd op haar indrukken in Mexico. Met naald, draad, lapjes en veel inventiviteit realiseert Ferdi haar fantasieobjecten. Het worden grote bloesems, waaraan dikke, vetplantachtige bladen zijn bevestigd, gemaakt uit bloemetjes- en ruitjeskatoen. De bloemen krijgen stevige tentakels en kunnen daarmee rechtop staan. Ze houdt intens van de natuur, van insecten, bloemen en planten. Het moeten geen kleine plantjes zijn, maar heel grote gewassen als onstuimige groeisels, waardoor ze op vreemde wezens gaan lijken. Ferdi legt bij het kasteel een fantasierijke tuin aan vol planten, die in zijn veelheid op een soort labyrint lijkt, een proeftuin voor de plantachtige sculpturen die ze Hortisculpturen noemt. In dit zelfbedachte woord zit de combinatie van tuin en beeldhouwwerk: vegetatie, plantengroei in een ommuurde tuin. De weelderige groei en de ingenieuze voortplanting staan centraal. De plantachtige beelden zijn vaak uitgesproken erotisch van uitdrukking.

Fantasiewereld

Feitelijk heeft Ferdi haar Hortisculpturen in een relatief kort tijdsbestek van drie jaar ontwikkeld, en wel van 1966 tot 1969. De voorstellingen in haar werk evolueren snel. Ferdi laat zich graag in vervoering brengen door een fantasiewereld. Het mythische rijk van Tolkien boeit haar zeer. 'De Hobbit is zoiets als mijn bijbel', heeft ze eens gezegd. Ferdi filosofeert verder: 'Mijn atelier moet totaal vol worden met mijn werk: bloemen, planten, fantastische vormen die de ruimte ingroeien, grote vormen die met het leven te maken hebben.Soms zijn de namen van de beelden ontleend aan de popmuziek die ze dagelijks in haar atelier op Radio Luxemburg hoort. De beelden Groovy Coral, Purple People Eater, Sunshine Superman, Mother's Invention en Mellow Yellow High komen door de popmuziek tot leven.

Bloemrijke jaren 60

Volgens Shinkichi Tajiri is Ferdi's kunst psychedelisch van sfeer: 'De sculpturen ademen de geest van de jaren zestig, grensverleggend, speels, kleurrijk, popmuziek en flower power. Ze doen vooral een appèl op alle zintuigen.' De Hortisculpturen zijn als het ware geëvolueerd uit de zinnelijke en tegelijk ludieke sfeer van de 'Summer of Love', hoogtij van de sixties. Ferdi had in haar persoonlijkheid, haar verschijning en haar kunst een uitgesproken symboolwaarde voor de bloemrijke jaren zestig, met zijn exotische kleuren, onconventionele materialen en grenzeloze verbeeldingskracht. Ze had een intuïtie voor de goede sfeer, een aansprekend 'environment' en de juiste attributen. Vooraanstaande fotografen zoals Ed van der Elsken, Eddy Posthuma de Boer, Frans Zwartjes en Leonard Freed hebben haar als een soort cultfiguur geportretteerd. Uitgesproken kleding en aparte sieraden waren belangrijk om haar creatieve identiteit te onderstrepen. Uit haar houding sprak een artistiek zelfbewustzijn als beeldend kunstenares in een tijdperk, waarin vrouwen hun plaats in de kunstwereld nog moesten bevechten.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.