Faience- en Tegelfabriek Holland

Faience- en Tegelfabriek "Holland" te Utrecht 1894-1918

In 1894 koopt Jan Willem Mijnlieff een oude Utrechtse muursteentjesfabriek, gelegen aan de Helling langs de Vaartse Rijn, bij het vroegere landhuis Rotsenburg. De laatste eigenaar hiervan, Hubertus Schillemans, was juist begonnen met de bouw van een moderne faience- en tegelfabriek op dit terrein, maar kon de vernieuwing door zijn faillissement niet voltooien. Mijnlieff voltooit de modernisering, maar besluit ook de oude fabriek in werking te houden.

In de jaren rond 1895 wordt in hoog tempo een groot aantal nieuwe plateelbakkerijen opgericht: de Wed. Brantjes en Co (1895, Purmerend), De Distel (1895, Amsterdam), Lotus (1896, Watergraafsmeer), De Plateelbakkerij Delft (1897, Amsterdam), Zuid-Holland (1898, Gouda). Al deze bedrijven spiegelen zich in meer of mindere mate aan het succes van de Porceleyne Fles in Delft, maar vooral aan de Haagse Plateelbakkerij Rozenburg (1883). Dit zijn de enige plateelbakkerijen in Nederland waar de modernste technieken worden gecombineerd met artistiek hoogstaand handwerk. Mijnlieff slaagt erin om drie ervaren schilders en ontwerpers van Rozenburg aan zijn onderneming te verbinden: Willem Scherjon, Johannes Karel Leurs en Jan Karel Heijtze.

De fabriek van Mijnlieff is als een van de weinige voorzien van een eigen moderne tegelpers. Onder grote druk worden uit poederklei tegels geperst die veel harder en sterker zijn dan de tegels die uit kneedbare klei gevormd werden. De eerste jaren werden de tegels vooral gebruikt voor het schilderen van reproducties van bestaande schilderijen. Er was veel vraag naar tegeltableaus met landschappen en stadsgezichten van destijds moderne meesters. Ook werden er series tegels beschilderd met streekdrachten van vissersplaatsen als Marken, Volendam en Scheveningen. Bijzonder fraai zijn enkele tegels met gestileerde plantenmotieven, zoals de papaver met vlinder.

De traditionele tegels die de fabriek daarnaast ook nog maakte bleven gedecoreerd met Oudhollandse motieven in blauw-wit, zoals landschappen en kinderspelen. Hierin kwam verandering toen de ontwerper Jac. Van den Bosch als handelsreiziger voor 'Holland' aan het werk ging. Hij maakte, tegen de zin van Mijnlieff, moderne ontwerpen met op de natuur geïnspireerde tegelpatronen. Toen Van den Bosch bestellingen voor zijn ontwerpen kreeg moest hij deze wel gaan bespreken met zijn directeur. Hij dreigde daarbij naar de concurrerende fabriek van de gebroeders Ravesteyn te stappen als Mijnlieff zijn ontwerpen niet wilde laten uitvoeren. Mijnlieff ging overstag en de ontwerpen van Van den Bosch bleken zeer succesvol. Nog altijd sieren zijn tegels met decors als 'waterkip' en 'korenbloem' de portieken van vele rond 1900 gebouwde huizen.

Grote, in het oog lopende opdrachten kreeg Holland voor betegelingen van luxe winkelinterieurs, zoals destijds bakkerij Dijkstra in Leeuwarden en Vishandel Bunte in Utrecht. Ook zijn de eerste winkels van de vroegere, nog altijd bekende kruideniersketen de Gruyter, voorzien van tegeltableaus door 'Holland'. Door bedrijfssluitingen en moderniseringen zijn van deze rijke interieurs nauwelijks voorbeelden op de oorspronkelijke plaats bewaard, enkele voorbeelden zijn in musea terecht gekomen. Tot de bijzondere opdrachten die de fabriek kreeg hoorden ook de tegeltableaus die gemaakt werden voor bijzondere gelegenheden, bijvoorbeeld bij bedrijfsjubilea.

In 1905 bleek dat het zakelijk niet zo goed ging met de fabriek en werd de faience afdeling opgeheven. Voortaan was het enkel de 'Tegelfabriek Holland', tot de productie hiervan in de Eerste Wereldoorlog ook stil kwam te liggen.

Voorwerpen