Elektriseermachine

Een familieportret met een elektriseermachine

Een elektriseermachine is een apparaat waarmee statische elektriciteit wordt opgewekt door middel van wrijving. De eerste 'moderne' elektriseermachine werd gemaakt door Otto von Guericke in de zeventiende eeuw, bekend van zijn experiment met de Maagdenburger halve bollen. Bij hem was het nog een eenvoudig apparaat dat bestond uit een bol van zwavel die door middel van een zwengel snel werd rondgedraaid. Wanneer dan iemand zijn handen op de ronddraaiende bol legde, werd deze door de wrijving elektrisch geladen. Latere modellen gebruikten glazen bollen of glazen schijven.

Een grote verbetering was de uitvinding van de zogenaamde 'Leidse fles'. Dat was de eerste condensator. Daarmee voor het eerst elektriciteit kon worden opgeslagen. De fles werd in 1746 uitgevonden door Pieter van Musschenbroeck, professor natuurkunde aan de universiteit van Leiden.

Een afbeelding van een elektriseermachine, waarbij tevens de eigenaar is afgebeeld, is uiterst zeldzaam. De Gemeentemusea Arnhem bezitten zo'n afbeelding. Het apparaat staat op een familieportret. Het betreft een pastel uit 1798 door Rienk Jelgerhuis van het echtpaar Hendrik Gijsbert Knoops en Johanna Frederica van Kesteren, samen met hun jongste kind. Vaak werden de mensen op dit soort portretten afgebeeld met attributen die betrekking hebben op hun beroep of liefhebberij. Naast de vrouw des huizes staat een servies. Naast de heer des huizes staat de elektriseermachine. Het apparaat bestaat uit twee ronde platen die met een hendel tegen elkaar in gedraaid kunnen worden. Door wrijving ontstaat statische elektriciteit die zich via de beugel verzamelt op de grote knop, links aan het uiteinde van het instrument. Het linker statiefje is om proefjes mee te doen. De elektriciteit springt van de grote knop naar dit statief, met een mooie, spectaculaire flits. Het touwtje wordt dan statisch geladen en beweegt zich van het statief af. In de Leidse fles, die onder de elektriseermachine staat, kan de elektriciteit 'bewaard' worden, zodat op andere plaatsen proefjes met elektriciteit kunnen worden gedaan. De Leidse fles staat verstopt achter het kannetje, midden op tafel.

Het bezit van een elektriseermachine was redelijk gewoon onder gegoede burgers aan het einde van de achttiende eeuw. Het was een soort statussymbool. Dergelijke mensen waren lid van genootschappen waarbij met dit soort apparaten proefjes werden gedaan en demonstraties werden gegeven. Hendrik Gijsbert Knoops was apotheker en 'amateur-natuurkundige'. Hij was lid van het Arnhemse historisch genootschap 'Prodesse Conamur'. Het is niet duidelijk of de afgebeelde elektriseermachine van Knoops zelf was of dat de machine het eigendom was van het genootschap. In ieder geval had Prodesse Conamur zo'n apparaat in de inventaris en bestond er met Hendrik Gijsbert een onderhoudscontract, waarbij hij de instrumenten schoonmaakte. Knoops gebruikte de machine in ieder geval voor het doen van proeven tijdens lezingen.

De apparaten werden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek naar elektriciteit en medische toepassingen. Bekend is dat artsen ze gebruikten voor het geven van elektrische schokken aan patiƫnten. Het is niet bekend of Knoops zijn apparaat in zijn beroepspraktijk als apotheker heeft gebruikt.

Een vergelijkbare elektriseermachine is live te zien in het Museum Boerhaave te Leiden. Dit exemplaar is in 1788 in Amsterdam door John Cuthbertson ontworpen. Er werd onderzoek mee verricht naar onder meer de invloed van elektriciteit op de polsslag bij mensen en de werking van bliksemafleiders. Daarnaast werden er chemische proeven mee gedaan. Het is een zogenaamde plaatelektriseermachine of wrijvingselektriseermachine.

In de loop van de achttiende eeuw werden de machines steeds groter. Een van de grootste die ooit gebouwd is, de machine van Martinus van Marum, kan men nog steeds bezichtigen in Teylers Museum in Haarlem. De elektrische lading die hiermee geproduceerd kan worden is heel groot en kan worden opgeslagen in een hele batterij Leidse flessen. Een ontlading van dit apparaat is absoluut dodelijk voor mensen.

In de negentiende eeuw werd een nieuw model elektriseermachine ontwikkeld dat van wrijving tussen twee tegengesteld draaiende schijven gebruik maakte; de machine van James Wimshurst. In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog bouwde de Amerikaanse natuurkundige Robert van de Graaff een machine die werkt met een rubber band over rollen; de Van de Graaffgenerator.