Eibert den Herder

Harderwijks beroemde schepenschilder - Eibert den Herder

Eibert den Herder is geboren in 1876 als zoon van Teunis den Herder. Teunis was een Harderwijker schipper-eigenaar van een 40-ton vrachtscheepje 'Vertrouwen'. Op negenjarige leeftijd gaat Eibert samen met zijn vier jaar jongere broertje Beert en zijn zusje Jannetje mee aan boord. Onderwijs kregen ze waar pa aanlegde, dus in Amsterdam of in Harderwijk. Het gezin Den Herder raakte vertrouwd met de Zuiderzee. Tot aan zijn dertigste levensjaar vaart Eibert mee op het schip van zijn vader.

In 1918 wordt de 'Wet tot afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee' door het parlement aangenomen. In 1925 wordt ook de Zuiderzeesteunwet aangenomen. Er ontstaat dan een zekere vijandigheid tegen de waterstaatplannen. De vissers kregen namelijk geen schadevergoeding, maar 'steun' waarvoor zij hun hand moesten ophouden. Eibert begint dan met het schrijven van in totaal 21 boeken, brochures en romans. Zo verschijnt er 'De drooglegging der Zuiderzee, een ramp voor Nederland', 'Het goud der zee' en 'Brak water'. In deze publicaties waarschuwt hij onafgebroken voor de gevolgen van de afsluiting en de droogmaking van de Zuiderzee. Hij krijgt medestanders en groeit uit tot een nationale bekendheid.

In opdracht van de overheid maakt cineast Van der Ven een film over het arme en bizarre leven van de vissers rondom de Zuiderzee. De vissers zijn zeer ontstemd over de inhoud van deze film, omdat zij vinden dat deze een onjuist beeld geeft. Eibert besluit om een eigen film over het werkelijke belang van de visserij te maken. Een actie waarvoor hij de volledige steun krijgt van de vissers. Om de productie van deze film te kunnen financieren worden aandelen uitgegeven die verkocht worden onder de visserij. Alleen diegenen die een aandeel hebben zijn op de film te zien! Het resultaat is 'De Zuiderzeefilm', een 3,5 uur durende stomme film van de Stichting 'Harderwijk als Visserijstad'. Een verkorte versie van 35 minuten voorzien van commentaar en geluid uit 1931 is nu nog te zien in het Stadsmuseum Harderwijk.

Eibert vond van zichzelf dat hij aardig kon schilderen: 'Ik heb uren lang bij Jozef Israëls gestaan, die me het schepen-schilderen heeft geleerd'. En zo start hij eind 1943 de productie van zo'n 100 schilderijen, die hij in de zomer van 1944 afrond. In deze serie laat hij wederom zien hoe, naar zijn idee, de geschiedenis van de Zuiderzeevisserij is verlopen. Zijn toelichting schildert hij ook in de taferelen en hij schrijft voor het gemak in het Harderwijkse dialect.

Hij stelt zijn schilderijen in 1944 tentoon in een leegstaande hal van zijn fabriek. Zoals een naïef schilder betaamt, heeft hij veel oog voor technische details, maar wat hij vooral wil weergeven is uitdrukking geven aan zijn grote droom: een ongeschonden Zuiderzee, wemelend van de botters en pluten en vissers die gretig toezwemmende vissen vangen.

Den Herders lijfspreuk 'Harderwijk moet het hebben van het water!' brengt hem niet alleen in verzet, maar ook tot werkelijke daden. Hij overlijdt op 3 september 1950 en laat tal van getuigenissen over 'de Zuiderzee' na.

Het Stadsmuseum in Harderwijk draagt nu de zorg voor het behoud en beheer van de collectie van maar liefst 62 schilderijen. Op de visserijzolder van het Stadsmuseum zijn z'n werken, van allerlei soorten verf en ondergrond, te zien.

Eibert's verzet tegen de aanleg van de Afsluitdijk kwam ongetwijfeld voort uit zijn betrokkenheid bij de visserij. Maar op een aantal punten was hij zijn tijd ver vooruit. Hij heeft oog voor de dreigende verdwijning van de Zuiderzeecultuur, maar ziet ook dat de recreatieve mogelijkheden van de Zuiderzee groot zijn. Naast de ondernemingen die hij heeft (visconserven, kalkzandsteen en de Holland-Veluwe-Lijn) is hij jarenlang lid van de gemeenteraad en heeft hij zitting in tal van besturen. Onder het motto 'ontwikkeling de industrie, verbetering van het handelsverkeer en vooruitgang van het toerisme' is hij betrokken bij tal van initiatieven op uiteenlopend terrein.

Voorwerpen