Een Romeinse muntschat

Een Romeinse muntschat door Louis Swinkels

Dit potje met 86 zilveren munten kwam in 1992 tevoorschijn bij opgravingen van een Romeins legerkamp op het Kops Plateau in Nijmegen. Het is hoogstwaarschijnlijk begraven onder de regering van keizer Tiberius (14-37), want de jongste drie munten dragen zijn beeltenis en dateren uit de jaren 15 tot 21. De oudste munt uit de schat was toen al zo'n 230 jaar in omloop en is geslagen tussen 211 en 208 voor Christus.

Oudste Romeinse munt uit Nederland

Alle 86 munten zijn van dezelfde soort, de denarius, die waarschijnlijk in 211 voor Christus voor het eerst werd aangemunt. Een van de vroegste exemplaren is dus in deze schat vertegenwoordigd en het is daarmee de oudste Romeinse munt die we uit Nederland kennen. Op de voorzijde van de denarius prijkte in het begin steeds het hoofd van de godin Roma, terwijl op de keerzijde Castor en Pollux te paard waren afgebeeld. Later kozen de  muntmeesters voortdurend wisselende motieven en de rijke schakering aan muntbeelden die daaruit voortvloeide, vinden we terug in deze schatvondst.

Geraakt door een ploeg?

Uitzonderingen vormen de twaalf munten van Marcus Antonius uit de jaren 32-31 voor Christus, alle met een schip op de voorzijde en legioenstekens op de keerzijde, en de zeventien munten van keizer Augustus uit de jaren 2 voor tot 4 na Christus, met zijn portret op de voorzijde en zijn twee aangenomen zonen Gaius en Lucius Caesar op de keerzijde. Op het moment van de vondst was het potje gebroken en lag een deel van de munten verspreid over enkele vierkante meters. Waarschijnlijk is het in een betrekkelijk recent verleden geraakt door de ploeg, toen het terrein als landbouwgrond in gebruik was. Een gouden munt van Tiberius die in de buurt lag, kan ook tot de schat hebben behoord.

Begraven spaargeld

De 86 zilveren munten vertegenwoordigden een vrij aanzienlijke waarde van zo'n 4 tot 5 maanden soldij voor een Romeinse legioensoldaat. Het gaat met andere woorden om groot geld, heel anders dan het kleingeld in de vorm van koperen munten, waarvan er bij de opgravingen meer dan 4000 zijn gevonden, tegenover nog geen 400 denariën. We kunnen slechts gissen naar de reden waarom de munten zijn begraven. Misschien heeft een van de militairen in het kamp zijn spaargeld op een veilige manier willen opbergen, bijvoorbeeld aan de vooravond van een gevaarlijke expeditie, zoals tegen de opstandige Friezen in het jaar 28.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.

Voorwerpen