Een Keltische Spiegel

Een Keltische Spiegel door Annelies Koster

De begraafplaats van de Romeinse stad Ulpia Noviomagus, tegenwoordig Nijmegen-West, heeft tal van bijzondere voorwerpen opgeleverd. Zo werd in 1926 of 1927 door schatgravers in een grafkuil een bronzen spiegel gevonden, samen met een grote glazen urn met crematieresten en verder houtresten en potscherven. Door de urn met M-vormige oren van blauwgroen glas kan het graf worden gedateerd rond 100 na Chr. of iets later.

Verfijnde decoratie

De grote spiegel is een unicum, althans voor het vasteland van Europa. In het zuiden van Engeland zijn meer van dergelijke spiegels gevonden, die daar tussen ca. 50 voor en 50 na Chr. door inheemse Keltische stammen zijn gemaakt. De Kelten, een verzamelnaam voor een groot aantal verwante volken en stammen, woonden in de laatste eeuwen voor Christus verspreid over grote delen van Europa. In hun kunstuitingen valt de grote aandacht op voor decoratieve elementen, in geometrische patronen aangebracht. De achterkant van de Nijmeegse spiegel heeft een verfijnde symmetrische decoratie van gestileerde blad- en krulmotieven, die met een passer is uitgezet en ingegraveerd.

Statussymbool

Kleine onregelmatigheden wijzen erop dat deze versiering uit de vrije hand is bijgewerkt en met een streepjespatroon is ingevuld. Het zware, gegoten handvat dat doorloopt in de ronding van de spiegel, heeft aan beide kanten een ingelegde versiering van rood email. De rand van de spiegel is versterkt en tegelijk afgewerkt met een holle strip die aan weerszijden van het handvat is vastgeklonken. Dergelijke prachtige handspiegels werden na gebruik zeker niet weggeborgen, maar goed zichtbaar - als statussymbool - aan de ring van het handvat, die bij deze spiegel ontbreekt, opgehangen. De Nijmeegse spiegel was al minstens een halve eeuw oud toen hij - als erfstuk? - in het graf werd meegegeven.

Souvenir uit Engeland?

Dit pronkstuk kan zijn meegebracht door een militair die met zijn eenheid in Engeland gestationeerd is geweest. Ook andere vondsten uit het grafveld van Nijmegen-West wijzen op relaties met Engeland. Misschien zijn Bataafse hulptroepen van het Romeinse leger, bijvoorbeeld de ruiterafdeling van de Bataven, de Ala Batavorum, kort na de opstand van de Bataven in 70 na Chr. enige tijd in Engeland gestationeerd geweest en zijn zij rond 100 weer naar Nijmegen teruggekeerd. Bekend is dat de Ala Batavorum kort na 100 met keizer Trajanus vertrok naar de provincie Pannoniƫ.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.

Voorwerpen