Een ijzeren vouwstoel

Een ijzeren vouwstoel door Annelies Koster

In het midden van de 1ste eeuw na Chr. is in de begraafplaats van de stedelijke nederzetting Oppidum Batavorum een vooraanstaand persoon ter aarde besteld met tal van voorwerpen, waaronder een bijzonder ijzeren stoeltje met S-vormige poten.

Voetjes met sandalen

De poten zijn met elkaar verbonden door horizontale ijzeren stangen, versierd met holle knoppen van verguld brons die gevuld zijn met een legering van lood-tin. De poten eindigen in bronzen voetjes met sandalen, die met lood-tin aan het ijzer zijn vastgezet en waarvan er twee over zijn. De andere twee voetjes zijn gereconstrueerd en aangevuld. De zitting van het stoeltje, die niet bewaard gebleven is, moet van vergankelijk materiaal - waarschijnlijk hout - zijn geweest. Het grote aantal en ook de aard van de overige bijgaven in het graf zijn uitzonderlijk: twaalf stuks eetservies van aardewerk, twee voorraadpotten (zgn. honingpotten), een glazen schaal, een bronzen spiegel, twee bronzen munten, een bronzen knop en een houten kistje waarvan alleen het bronzen beslag met de slotplaat over is.

Erezetel

Op de bodem van een van de in Zuid-Frankrijk gemaakte terra sigillata borden is een naam ingekrast: PAVL(i), 'van Paulus', waarschijnlijk de naam van de dode. De gecremeerde resten van de dode waren geborgen in twee grote voorraadpotten. Uit alle antieke culturen is het gebruik van vouwstoelen bekend. De vroegste voorbeelden komen uit Mesopotamië en het antieke Egypte. In alle culturen blijkt de vouwstoel een speciale betekenis te hebben gehad: alleen hooggeplaatste personen mochten hem gebruiken. De Romeinse vouwstoel met S-vormige poten is overgenomen van de Etrusken. Vanaf de vroeg-Republikeinse tijd werd dit type vouwstoel, de sella curulis, de exclusieve zetel voor de belangrijkste magistraten (de magistratus curules) en ook voor de Vestaalse maagden en werd beschouwd als een erezetel.

Symbool van macht

Dit bleef zo tot aan het einde van het keizerrijk. De sella curulis werd door de keizers gebruikt bij publieke ceremonies en komt op monumenten en munten voor als symbool van hun consulaire macht. Ook de stedelijke magistraten mochten de sella curulis gebruiken. Literaire bronnen uit de Romeinse tijd maken bovendien melding van geschenken die lokale heersers ontvingen bij hun benoeming of erkenning door Rome. Onder die geschenken was ook de sella curulis. Mogelijk was Paulus, wiens naam op een bord in dit graf is ingekrast, een van de magistraten van Oppidum Batavorum, de stad van de Bataven.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.

Voorwerpen