Een ijzeren gezichtshelm

Een ijzeren gezichtshelm door Annelies Koster

Deze ijzeren gezichtshelm van een ruiter is in 1991 bij opgravingen op het Kops Plateau in Nijmegen gevonden. Tussen ca. 40 en 70 na Chr. heeft daar een ruiterkamp gelegen, wat blijkt uit de vondst van verschillende ruiterhelmen en talrijke onderdelen van paardentuig. De eenheid die daar was gestationeerd was mogelijk de Bataafse ruiterij, de Ala Batavorum.

Tatoeëringen in metaal

De helm en het masker zijn ieder uit één stuk plaatijzer gesmeed en gedreven. Het masker moest precies worden aangepast aan het gezicht van de drager en ruimte overlaten voor een binnenbekleding van leer of textiel. Midden op het voorhoofd was het masker met een scharnier aan de helm verbonden, waardoor het omhoog geklapt kon worden. Oorspronkelijk was het aan de buitenkant bekleed met een in vorm gedreven laag zilverblik die op het ijzer was gehecht met een organische kleefstof, bestaande uit een mengsel van boomteer, bitumen en dierlijk vet. Het zilver is van het masker verwijderd voordat de helm in de grond werd gelegd. Boven de oren waren beschermkappen aangebracht van verzilverd messing. Onder elk oor zit een klinknagel met een grote versierde knop. Deze dienden ter bevestiging van een leren riem over de nekbeschermer, waardoor ook langs de onderzijde masker en helmkap stevig met elkaar werden verbonden. Onder elk oog zijn drie doorboringen aangebracht die waarschijnlijk met metaal van een contrasterende kleur waren ingelegd en tatoeëringen lijken te imiteren.

Helmen met kapsels

Op de hele buitenkant van de helm zijn in de ijzercorrosie resten zichtbaar van een uit wol en paardenhaar opgebouwde bekleding. De versiering bestaat uit smalle, in patronen opgezette vlechtbanden. De ruimte tussen de vlechtbanden is gevuld met motieven in de vorm van een S, een krakeling, een meander en een zigzag. Schuin over de voor- en achterkant van de helm liep een rolvormig verdikte hoofdband. De bekleding was vermoedelijk op de helm bevestigd met een organische kleefstof en extra vastgezet met klinknagels. Helmen met een gezichtsmasker behoorden tot de uitrusting van de Romeinse ruiterij. In de strijd dienden ze om het gezicht tegen verwondingen te beschermen, maar tegelijkertijd moesten ze de tegenstander bang en onzeker maken door de uitdrukkingsloze gelaatstrekken en de onnatuurlijke, heldere metaalglans. Waarschijnlijk wilde men met de vlechtbandversieringen op de helm kapsels nabootsen om tijdens gevechten een bijzondere moed uit te stralen door het hoofd er als het ware onbeschut te laten uitzien. De gezichtshelmen met deze vlechtbandversieringen zijn wellicht een Nederrijnse of Bataafse variant van ruiterhelmen met een in metaal uitgedreven haardos.

Geschenk aan de goden?

De helmen lijken niet afgedankt en weggegooid te zijn maar met een bepaalde bedoeling begraven. Misschien hebben soldaten hun meest waardevolle uitrustingstuk geschonken aan de godheid die hen had beschermd tijdens hun diensttijd.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.