Een graf met wapens

Een graf met wapens door Annelies Koster

In de begraafplaats van Noviomagus, de stedelijke nederzetting die na de opstand van de Bataven in 70 na Chr. in Nijmegen-West ontstond, zijn rond 90 na Chr. de gecremeerde resten van een vooraanstaand inwoner van 20 tot 40 jaar oud bijgezet in een ondergrondse houten grafkamer.

Mand met glazen flessen

De rijkdom en hoge status van deze persoon blijken uit de resten van een monumentale grafaanleg - een hoge stenen grafpijler binnen een ommuurde begraafplaats - en uit de talrijke onverbrande, kostbare importstukken in het graf, zoals bronzen vaatwerk, glas en aardewerk. Aan de dode was een 23-delig eetservies van kostbaar aardewerk meegegeven. Het bestaat uit borden en kommetjes die uit Zuid-Frankrijk zijn geïmporteerd. Acht vierkante glazen flessen, voor wijn of olie, stonden in een kring opgesteld rond een grote ronde fles. Zij hebben waarschijnlijk in een mand gestaan die is vergaan. Het graf bevatte verder veel voorwerpen van brons en ijzer. Twee bronzen kannen behoorden tot het drinkservies. Eén diende als wijnkan en in de andere, waarin zich ketelsteen had afgezet, zal water zijn gekookt om de wijn mee aan te lengen.

Schrijf- en toiletgerei

Een bronzen kan en een schaal met steel, beide ingelegd met niëllo en zilver, dienden als handwasstel, zowel aan tafel als bij bepaalde rituelen. Tot het badgerei van brons behoorden een waskom en vier grote schraapijzers (strigiles) van brons en ijzer waarmee olie en vuil van het lichaam werden geschraapt voordat men zich ging baden. Een bijzonder stuk is het zeep- of zalfpotje, ingelegd met email, dat vermoedelijk geïmporteerd was uit Brittannië. De dode kreeg ook een schrijfset mee: een met zilver ingelegd inktpotje, ijzeren schrijfstiften en een spatel om was op een houten schrijfplankje aan te brengen. Het schrijf- en toiletgerei en ook de bronzen lamp geven aan dat de dode volop in aanraking was gekomen met de Romeinse cultuur en bovendien kon lezen en schrijven.

Rijke Bataafse edelman?

Uit de wapens blijkt dat de dode een man was en dat hij volgens inheemse gewoonte zijn eigen wapens mee kreeg in zijn graf: een schild en drie speren waarvan alleen  de ijzeren punten bewaard zijn gebleven. Het houten schild met de vertinde bronzen schildknop heeft waarschijnlijk tegen de wand van de houten grafkamer gestaan. De wapens die soldaten van de inheemse hulptroepen van het Romeinse leger zelf moesten aanschaffen werden beschouwd als statussymbool en werden als zodanig ook in het graf meegegeven. De combinatie van deze wapens wijst erop dat de overledene in een afdeling ruiters heeft gediend. Waarschijnlijk behoorde hij tot de rijke inheemse, Bataafse adel en had hij, mogelijk als bevelhebber, in de ruiterij-afdeling van de Bataven - de Ala Batavorum - gediend. Misschien is hij na de opstand van de Bataven, tussen 70 en 90 in Engeland gestationeerd geweest, waar hij het bijzondere, geëmailleerde zalfpotje kan hebben gekocht of gekregen.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.

Voorwerpen