De stofstalencollectie

De stofstalencollectie door Nederlands Openluchtmuseum

Stofstalen worden al sinds 1943 door het Nederlands Openluchtmuseum verzameld. Aanvankelijk lag de focus vooral op streekdrachtstoffen. Medewerkers van het museum namen lapjes mee van het veldwerk in dorpen zoals Marken, Volendam en Spakenburg, waar ze onderzoek deden naar de verdwijnende streekdrachten. De stofstalen werden verzameld om informatie over de drachten voor de toekomst te bewaren. Samen met foto’s, patroontekeningen en documentatierapporten vormen ze een belangrijke bron van kennis over de Nederlandse streekdrachten.

Na de jaren vijftig van de twintigste eeuw kwam het veldwerk op een lager pitje te staan. De stalencollectie werd nauwelijks nog aangevuld. In 2005 kwam daar verandering in. Nu verzamelt het museum niet alleen streekdrachtstalen, maar bijvoorbeeld ook stalen van interieurtextiel. Vanuit de museumwereld en door enkele leden van de Nederlandse Kostuumvereniging zijn er de afgelopen jaren verschillende stalen geschonken.

Minstens zo belangrijk als de informatie die van de stalen zelf is af te lezen is de contextinformatie, zoals de toepassing en datering. Oorspronkelijk zagen onderzoekers de stalencollectie vooral als middel om gegevens over de streekdrachten vast te leggen. Nog steeds raadplegen gebruikers de collectie voor onderzoek naar de geschiedenis van de streekdracht, maar de collectie dient ook als inspiratiebron voor kunstenaars en ontwerpers. Een voorbeeld is de bank die in 2012 in het museum werd geplaatst, met patronen die uit metaal zijn gesneden. De maker ontleende de motieven aan onze collectie stofstalen.

De stalencollectie maakt deel uit van het documentatiearchief. De stalen van het veldwerk zijn met speciale tape op vellen zuurvrij papier geplakt. Recenter verworven stalen liggen opgeborgen in hoezen van melinex (‘museumplastic’). Omdat het niet altijd mogelijk is om museumobjecten in ons textieldepot te bestuderen, is de stalencollectie een uitkomst voor studie en onderzoek.

Voorwerpen