De ‘Nationale Kleederdrachten’ volgens Theo Molkenboer

De ‘Nationale Kleederdrachten’ volgens Theo Molkenboer door Nederlands Openluchtmuseum

In 1913 was het terrein achter het Rijksmuseum in Amsterdam het toneel voor een groots streekdrachtenspektakel. Ongeveer 600 mensen uit heel Nederland kwamen in hun lokale dracht naar de hoofdstad. De ‘duizenden en tienduizenden toeschouwers’ zagen Zeeuwen, Friezen, Staphorsters, Markers en vele anderen aan zich voorbij komen. De initiatiefnemer voor dit Kleederdrachtenfeest, ter gelegenheid van het eeuwfeest van het koninkrijk, was Theo Molkenboer.

Theodorus Henricus Antonius Adolf Molkenboer werd op 23 februari 1871 geboren in Leeuwarden. Hij overleed op 1 december 1920 in een Zwitsers sanatorium. Theo was schilder, bouwkundig tekenaar, beeldhouwer, portretschilder, kostuumhistoricus, graficus, ontwerper en boekbandontwerper. Hij studeerde in 1891-1892 aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. Hij werkte in het atelier van de architect Pierre Cuypers en was artistiek leider voor de Plateelfabriek Holland in Utrecht. In 1909 vertrok hij naar de Verenigde Staten. Molkenboer schilderde er onder meer een portret van de toenmalige president William Howard Taft. In 1913 keerde hij terug naar Nederland.

Voor het volksfeest in Amsterdam werd een omvangrijk programma opgesteld. De deelnemers werden na ontvangst in Artis per tram naar het IJsclubterrein (tegenwoordig het Museumplein) gebracht. De trams baanden zich een weg door de toegestroomde menigte. Op het IJsclubterrein stonden tribunes opgesteld met genodigden. De deelnemers voerden dansen op en zongen vaderlandse liederen. Na een toespraak van koningin Wilhelmina trokken de deelnemers in optocht door de stad.

Tijdens de festiviteiten fotografeerde Molkenboer een groot deel van de participanten. In de daaropvolgende jaren zocht hij enkelen thuis op voor een uitgebreidere fotosessie. Zo ging hij bijvoorbeeld op bezoek in Spakenburg, Hierden en Rouveen. In de zomer van 1916 begon hij met het schrijven van een boek, waarvan in 1917 een voorpublicatie verscheen onder de titel: De Nederlandsche nationale Kleederdrachten. Het doel was door middel van tekst en beeld te inventariseren wat er in 1916 nog over was gebleven van de ‘Hollandsche inheemsche drachten’. Molkenboer gaf in de publicatie ook zijn eigen mening weer. Hij vond recente toevoegingen zoals de zogenoemde ‘capottehoeden’ die in verschillende drachten over de mutsen werden gedragen ‘een toonbeeld van verregaande onredelijkheid en smakeloosheid’. Volgens hem maakten deze ‘het geheele costume en de draagster zelf werkelijk belachelijk’. Molkenboer had niet begrepen dat de Nederlandse drachten juist zijn ontstaan door voortdurende verandering en ontwikkeling.

Het beschrijven van alle Nederlandse drachten bleek een omvangrijke klus. Door zijn overlijden in 1920 werd Molkenboers werk afgebroken. In 1921 verkochten zijn erfgenamen zijn streekdrachtdocumentatie aan de Vereeniging Het Nederlandsch Openluchtmuseum in Arnhem. Deze collectie bestaat uit ruim 300 foto’s en een aantal schetsen en aquarellen. Molkenboer heeft zijn overzichtswerk niet kunnen voltooien. De voorpublicatie die wel verscheen, is in wetenschappelijk opzicht verouderd. De fraaie foto’s echter geven een goed tijdsbeeld en zijn een waardevolle bron voor hedendaagse onderzoekers van streekdracht.

Voorwerpen