De kantharos van Stevensweert

De kantharos van Stevensweert door Louis Swinkels

Kantharos is de Griekse naam voor een kelkvormige drinkbeker met twee grote oren. Die laatste ontbreken bij dit zilveren exemplaar, dat in 1943 of kort daarvoor is gevonden bij grindwinningen langs de Maas, ten noorden van Stevensweert. De uitbundige versiering op deze beker staat volledig in het teken van de wijngod Bacchus, die zelf heel vaak met een kantharos in de handen wordt afgebeeld.

Klimop en wijnranken

Op de voet en aan de bovenrand is de beker versierd met gestileerde bloem- en bladmotieven. De decoratie daartussen is over twee zones verdeeld en van binnenuit in het zilver uitgedreven, zover zelfs dat de bladeren van de klimop- en wijnranken onderaan soms bijna lijken los te komen van de wand. Beide planten zijn aan Bacchus gewijd en keren terug in tal van voorstellingen van de god. In de zone daarboven zien we koppen van mythologische figuren, afgewisseld met allerlei voorwerpen. Van de oorspronkelijk zes koppen zijn er twee verloren gegaan. De hele fries verbeeldt de wereld van de wijngod, maar over de precieze identificatie van de koppen zijn verschillende ideeën ontwikkeld.

Pan, Bacchus en Hercules

Onmiskenbaar is de karakteristieke kop van de bosgod Pan aan één kant van de beker, naast die van een bebaarde man met hoofddoek, hoogstwaarschijnlijk Bacchus zelf. De ontbrekende kop rechts moet die van Hercules zijn geweest, vergezeld van zijn knots, boog en pijlkoker. Pan en Hercules verkeren vaak in het gezelschap van Bacchus, evenals de twee bacchanten (vrouwelijke volgelingen van Bacchus) aan de andere kant, ieder met een krans van klimopbladeren om het hoofd. De kop tussen hen in ontbreekt, op enkele restanten van een wilde haardos na, vermoedelijk die van een satyr, eveneens een trouwe metgezel van de wijngod.

Van Middellandse zee naar Maas

Tussen de koppen zien we allerlei muziekinstrumenten als verbeelding van de feestroes waaraan iedereen zich overgeeft, en versierde stokken en boomtakken die de afgebeelde figuren in andere voorstellingen vaak in de hand hebben. De beker is vermoedelijk gemaakt in het oostelijke deel van het Middellandse Zeegebied. Een Romeinse eigenaar heeft hem meegenomen naar het noorden en daar is hij, inmiddels beroofd van zijn oren, in de Maas beland. Na de ontdekking volgde opnieuw een bewogen geschiedenis: in de jaren 50 van de vorige eeuw vormde de 'kantharos van Stevensweert' het middelpunt van een geruchtmakend proces tussen koper en verkoper. Sinds 1961 is de beker in Nijmegen een museumstuk van uitzonderlijke kwaliteit en betekenis.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.

Voorwerpen