De gordel van een Frankische krijger

De gordel van een Frankische krijger door Louis Swinkels

Het leer van de circa 6 cm brede gordel is vergaan, maar de prachtig versierde beslagplaten zijn bewaard gebleven. Ze lagen op heuphoogte bij het skelet van een Frankische krijger, dat in 1972 is opgegraven in Lent, op de noordoever van de Waal tegenover Nijmegen. Behalve de symmetrisch vormgegeven gespplaat en tegenplaat was halverwege nog een vierkante sierplaat op de gordel bevestigd, op de rug van de drager.

Vol ornaat

De ijzeren beslagstukken zijn alle drie rijk versierd met inlegwerk van zilver en messing. De decoratie bestaat in hoofdzaak uit een patroon van kronkelende, in elkaar grijpende zilveren banden, dat ondanks de strakke symmetrie toch een organische indruk maakt. Aan de uiteinden eindigen de banden in gestileerde dierenkoppen. De vlakken tussen de banden zijn opgevuld met allerlei motieven die in messing zijn uitgevoerd, zoals rozetten, zonnewielen en kruisen. Onder de halfbolvormige, messing knoppen zitten de nieten waarmee de beslagstukken aan het leer waren bevestigd. De krijger was in vol ornaat in het graf gelegd. Van zijn kleding is niets overgebleven, wat rest zijn alleen de metalen delen van zijn uitrusting.

Wapens en paardentuig

Aan de brede gordel droeg hij twee van zijn wapens, een kort, eensnijdend zwaard en een mes, elk in een eigen schede van hout en leer. Een groot, tweesnijdend zwaard hing om zijn schouder aan een apart stel riemen, waarvan de twee gespen en zes andere beslagstukken eveneens met zilver en messing waren versierd. De man droeg aan zijn linkervoet een bronzen ruiterspoor. Naast hem lag de volledige uitrusting van zijn paard: het zadel met de zadelriemen en het bit met de leidsels. Ook hiervan zijn alleen de metalen onderdelen bewaard gebleven: behalve het bit nog eens twintig beslagstukken van ijzer, alle versierd en ingelegd met zilver en messing.

Hoge status

Aan het skelet valt af te lezen dat de man een groot postuur moet hebben gehad en 35 tot 45 jaar oud is geworden. Zijn graf lag in een kleine begraafplaats waar een gemeenschap van hooguit dertig mensen in de 7de eeuw haar doden begroef. In de directe omgeving woonden een of meer van zulke groepen. De rijkdom van de uitrusting is voor Nederland uitzonderlijk. Misschien behoorde de man tot een groep kolonisten die aan het begin van de 7de eeuw in het Nederlandse rivierengebied land in bezit nam in opdracht van de Frankische machthebbers verder naar het zuiden. Binnen die groep had hij ongetwijfeld de hoogste status.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.

Voorwerpen