De eerste Nederlanders zoals wij

De eerste Nederlanders zoals wij door Evert van Ginkel

Pioniers in ijstijdland

Wanneer de eerste mensen verschenen in het gebied dat nu Nederland is, zal nooit precies te bepalen zijn. Twee- tot driehonderdduizend jaar geleden trokken hier in ieder geval mensen rond, al zagen die er wat anders uit dan wij, en niet alleen wat betreft hun kleding en haardracht. Deze Neandertalers verdwenen in de ijskoude eeuwen tussen 40.000 en 30.000 jaar geleden, waarna het nog duizenden jaren duurde voor er voorzichtig nieuwelingen kwamen. Dat gebeurde zo’n 14.700 jaar geleden, in de laatste fase van de laatste ijstijd. In het toch nog erg grimmige klimaat handhaafden zich deze jagers van de 'Hamburgcultuur', zo genoemd naar een beroemde vindplaats.

Steentijdgereedschapskist

Het waren biologisch gezien mensen zoals wij, al hadden ze een heel andere manier van leven. Dat leven is te reconstrueren aan de hand van wat ze hebben achtergelaten in de bodem. In ons land zijn dat voor het overgrote deel stukjes vuursteen, het materiaal waarvan ze allerlei werktuigjes maakten. Gespecialiseerde archeologen onderscheiden spitsen, boortjes, schaafjes, krabbers, schrabbers en 'krombekstekers', met nog verschillende tussencategorieën. Zo op het oog stellen ze weinig voor, maar het vergt oefening om ze te maken, en ze voldeden zeker aan hun doel: jagen en de buit verwerken. Door onder een microscoop de fijne sporen te bestuderen die door het gebruik werden veroorzaakt, kunnen specialisten zeggen waarvoor een werktuig is gebruikt. De geanalyseerde werktuigen dienden veelal voor het schrapen van huid. Slechts een minderheid van de overgebleven stukjes vuursteen uit deze `Late Oude Steentijd’ zijn werktuigen. Het meeste is het afval van het maken van deze werktuigen, waarbij met welgemikte tikken een groter brok vuursteen werd gevormd tot het gewenste eindproduct.

Tijdelijk jachtkamp

Deze werktuigjes zijn opgegraven bij Stroe op de Veluwe, een streek waar niet heel veel resten uit deze periode bekend zijn. Ze zijn de weerslag van het verblijf van een groepje jagers aan de rand van een laagte, waar misschien water stroomde. Het lijkt geen groot kamp te zijn geweest, en het is ook niet heel lang in gebruik geweest. Misschien hebben hier een paar mannen een paar dagen of een week gebivakkeerd, misschien zijn ze er een paar keer teruggekeerd. Ze hebben wat werktuigen meegenomen, sommige beschadigde én onbeschadigde exemplaren achtergelaten, hebben nieuwe gemaakt en zijn weer weggetrokken, de koude vlakte in, op zoek naar nieuwe jachtbuit.

Voorwerpen