Culemborg meubelstad

Culemborg meubelstad: over Culemborgse meubels

Bijna iedereen kent hem: de Culemborgse stoel. Een degelijke houten stoel met biezen zitting die niet kapot te krijgen was en die van 1830 tot 1915 het gezicht bepaalde van vele Nederlandse keukens en eetkamers. Een van de vele stoelen die de afgelopen eeuwen in Culemborg in groten getale is vervaardigd want Culemborg is al eeuwenlang een heus meubelstadje. Nog steeds rollen er dagelijks kantoor- en andere meubels uit de werkplaatsen van een van de dertien fabrieken die er van de ruim 60 nog over zijn.

In Culemborg worden al eeuwenlang meubels gemaakt. Het zijn de houtbewerkers die zich aan het einde van de Middeleeuwen als eerste verenigen in Gildeverband. Ambachtslieden besluiten zich in de Middeleeuwen te verenigen om een zekere kwaliteit te garanderen. Men mocht pas lid worden van het gilde als men als leerling een zogenaamd meesterstuk vervaardigde. Een staaltje kunstwerk waarmee de specifieke vaardigheden werden bewezen. Slecht werkende, niet bij het gilde aangesloten concurrenten, werden hierdoor min of meer buiten spel gezet.

De prijzen van de producten werden hierdoor gunstig beïnvloed en bezorgen deze ambachtslieden een zekere status en een constante stroom van opdrachten. De meubels werden destijds allemaal handmatig in opdracht vervaardigd, van massa- productie was geen sprake.

Het is wellicht de hoge kwaliteit en de aanwezigheid van de grondstoffen zoals hout, biezen en een haven geweest die Culemborg uiteindelijk tot belangrijke meubelstad maakten. Ook de Belgische Opstand in 1830 die voor lange tijd de Belgische concurrentie uitschakelde zal hierbij een rol hebben gespeeld.

In de 19e eeuw telde Culemborg tientallen meubelfabrieken. Zij boden de vele werknemers, die eerst werkten in de zijdelint-en geweerfabrieken, een aanstelling al verdiende men niet veel en genoten zij een laag aanzien. Zij bevolkten de buurten met de kleinste arbeidershuizen. De status van de ambachtslieden van de Middeleeuwen was geheel vervlogen. Meubels werden nu ook in serie gemaakt als massaproduct. Een ieder: de zager, de snijder, opmakers, verver en matter, leverde slechts een kleine bijdrage aan het grote geheel. Soms werd ook de woonkamer van de arbeider gebruikt voor het vervaardigen van stoelen waarbij dan alle gezinsleden hun steentje dienden bij te dragen. Van een meesterstuk was niet langer sprake.

Pas aan het einde van de negentiende eeuw deden de machines hun intrede die de productie verder opvoerde om aan de groeiende vraag te voldoen.

In voorgaande eeuwen waren de meeste meubelen vooral doelmatig, schoonheid speelde geen rol. Het waren alleen de rijken en de adel die zich een fraai en comfortabel zitmeubel konden veroorloven. De meesterstukken van de gilden verdwenen vaak naar juist deze opdrachtgevers en verzamelaars. De historische musea en stijlkamers bieden ons een blik in hun zitgeschiedenis. De armoedige stoel van de gemiddelde arbeider is niet bewaard gebleven, het materiaal doorstond de tand des tijd niet en het ontwerp maakte het niet de moeite er langdurig zuinig op te zijn.

Pas aan het einde van de negentiende eeuw komt de fraaie stoel binnen het bereik van de brede bevolking. Van mode is nog niet echt sprake al zijn er in de loop van de decennia wel verschillende stijlen waar te nemen van zwaar en degelijk eiken tot ultramodern staal met leer en skai. Evoluties op technisch vlak, de vervormbaarheid van kunststof en de ontwikkeling van nieuwe schuimstoffen, misten hun uitwerking niet in de meubelindustrie. In de jaren '60 hadden ontwerpers vrij spel en zagen we stoelen in alle mogelijke vormen en kleuren. In de jaren '80 leidde het streven naar individualisme en pluraliteit tot een nog nooit eerder geziene verscheidenheid van stijlen. Het laatste decennium van de 20e eeuw werd weer getypeerd door eenvoud in vorm en materiaal. De fantasie bleef een belangrijk criterium.

Pas sinds de komst van de reclame op TV en in de gedrukte media is er sprake van echte snel veranderende modebeelden in de huiskamers. De komst van de zogeheten lifestyle en woonprogramma's op TV maakte het inrichten van huis- en slaapkamers tot dagelijks onderwerp van gesprek. Meubels zijn het functionele niveau ontstegen en zijn verheven tot design of kunst. Tegenwoordig treffen we dan ook regelmatig zitmeubels in musea aan, niet om de zuiver historische waarde maar omdat het kunst is. De stoel van Rietveld, Van Gispen, Thonet en Philip Starck zijn hier mooie voorbeelden van.

Voorwerpen