Burgerweeshuis

Het Burger Weeshuis in Harderwijk

Op 21 oktober 1554 liet priester Johan van Speulde vanaf zijn sterfbed de Harderwijker schepenen weten dat hij van de opbrengst van zijn goederen een zekere 'som penningen' had overgespaard, die hij wilde gebruiken voor het oprichten van een 'huis en woning' waar weeskinderen zouden kunnen worden verzorgd. Hij sprak daarbij de hoop uit dat andere 'goede en vrome mensen' zijn voorbeeld zouden volgen. Die hoop werd niet beschaamd. Er kwam een flinke stroom van grote en kleine giften op gang die de basis vormde van een groeiend vermogen, dat het mogelijk maakte uitvoering te geven aan de wens van de initiatiefnemer.

Reeds in 1555 konden de eerste wezen worden opgenomen in een huis dat op de hoek van de Markt en de Donkerstraat lag. Van 1651-1872 werd onderdak gevonden in het gebouw op de hoek van de Korte Kerkstraat en het Kerkplein, thans bekend als de Wheme, in gebruik bij de Nederlands Hervormde Gemeente. In 1872 werd het gebouw Kerkplein 3 betrokken, waar tot 1937 wezen werden verzorgd. In dat jaar werd besloten de wezen voortaan onder te brengen bij pleeggezinnen.

Als gevolg van het invoeren van de Algemene Bijstandswet op 1 januari 1965 nam de overheid de verzorging van de wezen geheel over, waardoor de oorspronkelijke taak van de weeshuis werd afgesloten. Het Burger Weeshuis verdween echter niet, maar ging financiƫle hulp verlenen aan diverse verenigingen en organisaties op sociaal en cultureel terrein.

In 1981 werd de geschiedenis van het Harderwijker Burger Weeshuis beschreven door Mr. O. Moorman van Kappen in het boek 'Tot behoef der arme wesen. Hoofdstukken uit de geschiedenis van het Burger Weeshuis te Harderwijk'.

Voorwerpen