Blauwdrukken van kant

Blauwdrukken van kant door Nederlands Openluchtmuseum

Als reactie op de snel veranderende samenleving werd in 1912 het Nederlands Openluchtmuseum opgericht. Door industrialisatie en verstedelijking kwamen regionale verscheidenheid en tradities in de verdrukking. Vanuit deze ‘vijf voor twaalf’-gedachte begon het museum gebouwen en voorwerpen te verzamelen. Daarnaast deed het onderzoek naar de volkscultuur.

Vanaf 1943 stuurde het museum een aantal medewerkers op pad om veldwerk te verrichten rond de voormalige Zuiderzee. Juist in dit gebied verwachtte men dat de typische boeren- en visserscultuur in rap tempo zou verdwijnen. Gebouwen werden opgemeten en gefotografeerd. Kledingstukken werden nagetekend. Ook maakte men uitgebreide documentatierapporten en werden stofstalen verzameld.

De veldwerkers begonnen op Marken. Daarna trokken ze verder naar Volendam, Spakenburg en Huizen. Eén van deze medewerkers was de toen bekende acteur Cruys Voorbergh, pseudoniem voor Ernest Pieter Coenraad van Vrijberghe de Coningh (1898-1963). Om de kanten aan de mutsen en halsdoekjes van de Marker vrouwen en kinderen goed te documenteren kwam hij op het idee om lichtgevoelig papier te gebruiken. Bouwkundigen gebruikten hetzelfde papier voor het reproduceren van bouwtekeningen. Deze blauwdrukken waren eenvoudig te vervaardigen en gaven de kant vrij duidelijk weer.

Een deel van de door de veldwerkers gemaakt blauwdrukken, ruim 200 stuks, is in het museum bewaard gebleven. De blauwdrukken zijn in 2012 geregistreerd en gescand en vervolgens verder ontsloten met hulp van kantkenners in Nederland en Vlaanderen. Zo zijn de kanten op de blauwdrukken geïdentificeerd, gedateerd en van context voorzien.

Voorwerpen