bevrijdingsrok

Eén dracht maakt eendracht

Direct na de Tweede Wereldoorlog maakten vrouwen bont gekleurde feestrokken, ook wel bevrijdingsrokken genoemd. Textiel was een schaars goed en het materiaal werd in gedeeltes bij elkaar gesprokkeld. Maar er zat meer achter dan alleen maar zuinig patchworken.

Mies Boissevain-van Lennep was vanwege haar verzet tegen de nazi's in het concentratiekamp Ravensbrück beland. Na de oorlog werd ze de initiatiefneemster van een vrouwenbeweging, voor wie het maken van de bevrijdingsrok grote symbolische waarde had. Aan de ene kant verbeeldde het samenvoegen van de stofresten de wederopbouw en de vernieuwing van Nederland. Anderzijds verwerkten de vrouwen tijdens het handwerken hun oorlogservaringen. Tenslotte zou het gezamenlijk dragen van de rok het saamhorigheidsgevoel van vrouwen versterken. Daarbij was het belangrijk dat de rokken ondanks hun grote verscheidenheid wat de details betreft toch op elkaar leken. Zonder standsverschillen. "Eén dracht maakt eendracht", luidde de filosofie.

Voorwerpen