Altaarstukken

Puzzelen met brokken van altaarstukken

Als je in de Italiaanse kamer van Huis Bergh staat moet je beseffen, dat je kijkt naar brokken van een groter geheel. Vroege Italiaanse schilderijen in musea of in particuliere collecties zijn bijna altijd fragmenten van grotere gehelen, zoals van monumentale altaarstukken. Neem nu bijvoorbeeld de twee paneeltjes die omstreeks 1335 moeten worden gedateerd en die zijn toegeschreven aan de Sienese schilder Niccolò di Segna. De vrouw is Maria Magdalena, herkenbaar aan haar rode gewaad en aan de zalfpot. De man is de apostel Jacobus de Meerdere, omdat hij altijd wordt afgebeeld met boek en pelgrimsstaf. Ooit vond ik een oude foto, waaruit bleek dat elk van de twee oorspronkelijk vast zat aan een andere heilige. Kennelijk heeft een kunsthandelaar ze ooit van elkaar los gezaagd, omdat hij met vier losse heiligen meer geld kon verdienen dan met twee paren.

Nu is er in het Nationale Museum in Siena een groot fragment van een altaarstuk dat ook door Niccolò di Segna is geschilderd. De twee heiligen bovenin passen wat betreft formaat en stijl precies bij dit viertal. We gaan verder op onze zoektocht. In het museum in Baltimore wordt een H. Lucia bewaard, die weer precies past bij de hoofdfiguur van het fragment in Siena. Dan zijn er nog twee verwante heiligen in Atlanta (Georgia) en tenslotte ook een passende Madonna in een privé-collectie in Venetië.

Zo zijn we langzamerhand in staat om het hele altaarstuk van Niccolò di Segna te reconstrueren. Onlangs is in het depot van de Hermitage te Petersburg zelfs een zevende en achtste paneeltje gevonden, die oorspronkelijk hoorden bij de reeks van zes waar onze Jacobus en Maria Magdalena deel van uitmaakten. Dit verantwoord puzzelen met overal over de wereld verspreide brokken van altaarstukken is een van de spannendste bezigheden van modern kunsthistorisch onderzoek.

Waarom werden altaarstukken zo verzaagd? Dat kon gebeuren als een schilderij uit de mode raakte of zo versleten was, dat het aan vervanging toe was. Men haalde het dan van zijn altaar en bracht het bijvoorbeeld naar de sacristie. Toen het eenmaal zijn functie als liturgisch voorwerp op een altaar verloren had, konden er ook wel stukken van losgemaakt of afgezaagd worden. De losse stukken werden vervolgens gemakkelijk verkocht aan gretige verzamelaars en kunsthandelaren. Neem nu de twee drieluikjes in de Italiaanse kamer. Beide dienden als huisaltaarstukken. Beide komen uit Florence. De ene dateert uit het midden van de 14e eeuw en heeft een typisch gotische structuur. De ander is gemaakt in het midden van de 15e eeuw in het atelier van Neri di Bicci. Bij Neri manifesteert zich de Renaissance door de antieke vorm van het altaarstuk inclusief fronton. Maar ook het concept met Maria en het naakte Christuskind, dat staat op de lijst als ware het een venster, is kenmerkend voor Maria's uit de Renaissance. Het is uitzonderlijk dat zulke drieluikjes als deze gaaf bewaard zijn gebleven. Meestal haakte men de zijluikjes er af om ze apart te verhandelen.

Wie met deze informatie nog eens rondkijkt in de Italiaanse kamer ontwaart overal brokken. De twee boven elkaar door de zogenaamde Meester van de Fogg Pietà geschilderde heiligen, maakten oorspronkelijk deel uit van de bekroning van een altaarstuk. Ook de lieflijke Maria, uit het atelier van de Florentijn Agnolo Gaddi, hoorde bovenop een altaarstuk. Zij luistert naar de boodschap die de engel Gabriël haar brengt. Maar de engel is verdwenen en we weten niet tot welk altaarstuk deze Annunziata behoorde.

Van het altaarstuk waartoe beide heiligen geschilderd door Vittore Crivelli behoorden, kennen we nog wel een paar fragmenten. Samen vormden zij een rijk geornamenteerde altaarwand, zoals die in kerken langs de Adriatische kust gebruikelijk waren in de 15de eeuw.

Eén van de weinige vertellende scènes in de Italiaanse kamer is Taddeo di Bartolo's schilderij van de verschijning van Franciscus aan de franciscaner monniken te Arles. De verschijning vond plaats toen de beroemde prediker Antonius van Padua zó mooi sprak voor de broeders in Arles over de liefde voor de gekruisigde Christus, dat Franciscus bij wijze van goedkeuring aan hen verscheen in de vorm van het kruis. Deze voorstelling hoort bij een aantal andere scènes uit het leven van Franciscus, die zich nu in een museum in Hannover bevinden. Tezamen vormden die verhalen oorspronkelijk een vertellende strook op de sokkel van een altaarstuk, de zogenaamde predella.

Behalve een predella bestond een altaarstuk ook uit twee steunberen, die vaak met heiligen waren versierd. De apostel, die vermoedelijk door de schilder Spinello uit Arezzo is geschilderd, is een voorbeeld van een uitgezaagde "steunbeerheilige", die in een nieuw met goudverf beschilderd plankje is gemonteerd.

Het meest bijzondere fragment in de Italiaanse kamer waardoor de collectie Van Heek in de hele kunsthistorische wereld bekendheid geniet, is een engel geschilderd door de Sienese schilder Duccio. Die engel behoorde tot de bekroning van de zogenaamde Maestà, het schilderij dat was bestemd voor het hoofdaltaar van de Dom in Siena. Het was een reusachtig, aan twee zijden beschilderd altaarstuk, waarvan de voor- en achterzijde in 1777 van elkaar losgezaagd zijn. De meeste van de predella-scènes en voorstellingen van de bekroning worden evenals de twee belangrijkste bestanddelen in het Dommuseum van Siena bewaard.

Er zijn nog maar drie engelen van de bekroning bekend. Van die drie is de engel in 's-Heerenberg het best bewaard gebleven. In 1777 heeft men de puntige panelen met de engelen van boven dwars door de aureolen afgerond uitgezaagd. Later heeft een restaurator aan een paneel weer een puntige top toegevoegd en met goudverf bijgewerkt zodat het weer was aangepast aan de rest. Zo bezit het Huis Bergh een stukje van de hemelse bekroning van het belangrijkste schilderwerk van de late Middeleeuwen.

Prof. Henk van Os, adviseur Huis Bergh

Voorwerpen