Albert Hermens Gramey

Albert Hermens Gramey door Peter van der Coelen

Dit verguld zilveren doosje werd in 1657/1658 gemaakt door de Nijmeegse zilversmid Albert Hermens Gramey. De precieze functie ervan is onbekend, maar mogelijk maakte het deel uit van een toiletstel, met een spiegel, een borstel en andere voorwerpen.

Mythologische voorstelling

Opvallend is de opengewerkte wand van de doos met zijn uitbundige decoratie. Tussen de bloemen knielen vier putti, waarvan er twee een mand met fruit vullen. Het deksel is nog fraaier versierd, met een gedreven voorstelling uit de klassieke mythologie: Danaë ontvangt Jupiter. Deze geschiedenis wordt onder meer verteld door Ovidius. Danaë werd door haar eigen vader, koning Acrisius van Argos, vastgehouden in een afgesloten vertrek. De koning deed dat om te verhinderen dat zij hem een kleinzoon zou schenken die hem volgens een voorspelling om het leven zou brengen. Door Danaë op te sluiten zou geen man toegang tot haar kunnen krijgen. Maar de vindingrijke Jupiter wist toch tot haar door te dringen. In de gedaante van een gouden regen kwam hij bij haar en verwekte een zoon, die Perseus zou worden genoemd.

Afbeelding naar Titiaan

Gramey heeft de climax van het verhaal uitgebeeld. Languit ligt de naakte Danaë op haar bed en ontvangt met opgetrokken knie de gouden regen die Jupiter vanuit een wolkenhemel in de vorm van muntjes naar beneden laat komen. Een oude dienstmaagd weet een deel ervan op te vangen in een grote schaal. Het tafereel is plastisch weergegeven, in het bijzonder de Danaë-figuur met haar sensuele rondingen, waarbij de opwinding van het moment benadrukt wordt door de wapperende kleding van de dienstmaagd, de beweeglijke wolkenpartij en het krachtige gebaar van de oppergod. Net als andere zilversmeden ontleende Gramey zijn compositie aan voorbeelden van anderen. In dit geval was dat een reproductiegravure van een beroemd schilderij van Titiaan, thans in het Kunsthistorisches Museum te Wenen.

Opmerkelijke kwaliteit uit Nijmegen

Met de inscriptie 'Omnia vanitas est' koppelde Gramey een boodschap aan zijn voorstelling: 'Alles is ijdelheid' (Prediker 1:2). Het doosje is het enig bewaarde werk van deze Nijmeegse zilversmid, over wiens roerige leven tal van archiefstukken berichten. Gramey was in zijn tijd een van de voornaamste zilversmeden in de Waalstad. Zijn doosje is een karakteristiek voorbeeld van de Nederlandse barokke edelsmeedkunst, dat laat zien hoe de verworvenheden van toonaangevende plaatsen als Utrecht en Amsterdam doordrongen tot de regionale centra. Met name het werk van de zilversmeden Paulus van Vianen en Johannes Lutma vormde een inspiratiebron. Het niveau van deze meesters wist Gramey niet te evenaren, maar niemand zal ontkennen dat mede dankzij hem ook in het grensgebied van de Republiek opmerkelijk zilver tot stand is gekomen in de Gouden Eeuw.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.