Aelbert Cuyp

Aelbert Cuyp door Ruud Priem

Gezichten op Nijmegen met de Valkhofburcht genoten rond het midden van de 17de eeuw een grote populariteit in de Nederlandse kunst.

Mythische bakermat

Met het sluiten van de Vrede van Munster in 1648, waarmee een einde kwam aan de Tachtigjarige Oorlog en de officiële erkenning van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën zijn beslag kreeg, eindigde ook de voortdurende dreiging van vijandelijkheden op ons grondgebied. Voor kunstenaars werd het een stuk veiliger om langs de Rijn naar het oosten te reizen. Onderweg was de Valkhofburcht een bestemming die tot de artistieke verbeelding sprak vanwege de fraaie ligging, maar ook door zijn historische en politieke betekenis. Nijmegen stond bekend als de mythische bakermat van de Bataven (onze veronderstelde voorvaderen) en de stad waar Karel de Grote in de 8ste eeuw een palts liet bouwen, die Frederik Barbarossa in de 12de eeuw verving door een massieve burcht. Nadat de donjon in ca. 1500 was voltooid door de hertog van Gelre, logeerden daar de Habsburgse bestuurders, onder wie Karel V. Het was ook in Nijmegen dat prins Maurits in 1591 zijn eerste belangrijke overwinningen op de Spanjaarden behaalde. De Valkhofburcht werd vervolgens aangewezen als onderkomen van de stadhouder.

Schetsend op de Waal

In de beleving van de jonge Republiek fungeerden de Nijmeegse burcht en stad als symbolen van zelfbewuste gevoelens over het rijke verleden en de trotse onafhankelijkheid. Het onderwerp moet veel verzamelaars hebben aangesproken, ook in Dordrecht waar de clientèle zat van Aelbert Cuyp. Diens belangstelling werd uiteraard beïnvloed door Jan van Goyens gezichten op de Valkhofburcht uit de jaren 1633-54, waarvan zich destijds ook exemplaren bevonden in Dordtse collecties. Hoewel hij zijn hele leven woonde en werkte in Dordrecht, verzamelde Cuyp (net als Van Goyen) zijn motieven al schetsend op reizen door de Republiek. Omstreeks 1641-42 onderneemt hij een uitgebreide rondreis door Holland en Utrecht, in 1651 of 1652 gevolgd door een tocht door Gelderland, langs de Rijn naar de omgeving van Kleef. Deze tekening, die oorspronkelijk deel uitmaakte van een schetsboek, is toen ontstaan. We zien de stad vanuit het zuidwesten (waarschijnlijk vanaf een boot) aan de overkant van de Waal bij Lent. Cuyp's standpunt is vergelijkbaar met dat van Van Goyen, maar de sfeer van zijn werk is totaal verschillend; hij heeft de stad heel precies weergegeven in een nauwkeurig uitgebalanceerde compositie, planmatig opgebouwd langs horizontale lijnen.

Vijf getekende studies van Nijmegen

De hoog boven de stad uittorenende Valkhofburcht is duidelijk herkenbaar op de achtergrond, maar het oog wordt eerst naar rechts getrokken door een visser op de voorgrond en de  monumentale St. Hubertustoren met zijn molen. Links daarvan bevinden zich de omwalde Oude Haven, de Kraan en (hoog oprijzend tussen de St. Hubertusmolen en de burcht) de Commanderie van Sint Jan. Behalve dit blad bleven van Cuyp slechts vier andere getekende studies van Nijmegen bewaard, die hij nauwgezet overnam in een vijftal schilderijen. Deze tekening gebruikte hij bijvoorbeeld voor de achtergrond in een werk dat zich nu bevindt in de collectie van de Duke of Sutherland in Ellesmere. De zeldzaamheid van Cuyps Nijmeegse gezichten is gerelateerd aan de verdere ontwikkeling in zijn oeuvre: eind jaren vijftig houdt hij op met tekenen en na zijn huwelijk in 1658, met de vermogende weduwe Cornelia Boschman, komt ook het schilderen op de tweede plaats. Cuyp bekleedt dan nog diverse hoge functies in Dordrecht en sterft in 1691 als een vermogend en gerespecteerd man. Nijmegen met de Valkhofburcht zien we als thema in de schilderkunst na ca.1660 nagenoeg volledig verdwijnen, maar voor tekenaars blijft het aanzicht nog heel lang een bron van inspiratie.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.

Voorwerpen