Adam Colton

Adam Colton door Frank van de Schoor

Het kunstwerk hangt en het staat. Ogenschijnlijk is een lawine van grijze brokstukken tot stilstand gekomen. Beweging is gefixeerd tot een statische vorm, waar desalniettemin nog steeds een dreiging van uitgaat.

Vrouwelijke en mannelijke component

De hangende rots kan elk moment naar beneden komen, de liggende vorm kan verder rollen en uit elkaar breken. Natuurlijk bevinden we ons in een museum en zal het gevaar wel meevallen, maar toch reageren we in een reflex op wat we zien. De kleur van de blokken is onbestemd, het gewicht is moeilijk in te schatten, de opstelling in een museum werkt bevreemdend. De kunstenaar omschrijft één deel van het tweedelige beeld als een vrouwelijke component, die is afgeleid van een kalkstenen rotsblok, dat vermoedelijk in de ijstijd in Portugal is beland; het andere deel is de mannelijke variant gebaseerd op een granieten steen uit een Drents hunebed. De huid van het materiaal is op het ene deel onregelmatig, waardoor de lichtval grillige patronen veroorzaakt. Op het gladde deel krijgt het aluminium onder invloed van het licht een natuurlijk glanzende uitdrukking.

Theoretisch fundament

In 1981 verruilde Adam Colton Manchester voor Amsterdam om er zijn kunstenaarschap te verdiepen aan het kunstinstituut Ateliers '63, destijds nog gevestigd in Haarlem. Sindsdien heeft hij zich ontwikkeld tot een veelzijdig beeldhouwer, die empirisch en weloverwogen te werk gaat. Sinds 1990 is hij zelf docent aan de Amsterdamse Rietveld Academie. Bij zijn eerste beelden gebruikte Colton zijn eigen lichaamsmaten als uitgangspunt. Met behulp van meettechnieken noteerde hij de ruimtelijke coördinaten van zijn lichaam. Deze gegevens werden vervolgens naar de beelden en tekeningen overgebracht. Hij werkte destijds veelal in het materiaal gips, dat door zijn directe verwerking en broosheid een conceptuele dimensie aan de sculptuur verleent. Uit bovenstaande omschrijving van het wordingsproces van Colton's werk ontstaat het beeld van een rationeel werkend kunstenaar, die zijn werk baseert op een uitgekristalliseerd theoretisch fundament. Het ontstaansproces van zijn tekeningen en beelden is steeds weer boeiend. Zijn uitgangspunten zijn zuiver gekozen, de resultaten overtuigen door een grote mate van helderheid.

Organische dimensie

Toch is dit slechts een gedeelte van de waarheid. Zijn werk heeft ook een heel andere dimensie. Sinds enkele jaren is hij geboeid geraakt door beelden die een bepaalde vormloosheid uitstralen. Hij noemt deze werken 'Blobs', hetgeen iets betekent als klodder, bubbel, een vormloze vorm zonder constructie. Het lijken ook wel natuurlijke groeisels, zoals zwammen en paddenstoelen. Hier treedt de interesse voor de organische vorm op de voorgrond, zoals we die in de Britse beeldhouwkunst bijvoorbeeld tegenkomen bij Henry Moore. In Colton's werk zit een spanningsveld tussen systematiek en intuïtie. Het is een paradox tussen de mens en de natuur, tussen gewichtsloosheid en zwaartekracht. Hij onderzoekt deze fenomenen en toont ons de resultaten van dit onderzoek in de vorm van ondefinieerbare en tegelijk fascinerende sculpturen. Het werk van Adam Colton hoort onmiskenbaar bij de vernieuwende beeldhouwkunst. Toch sluit het ook moeiteloos aan bij de klassiek moderne beeldtraditie.

Deze tekst en aanvullende gegevens zijn te vinden in Van Trajanus tot Tajiri - collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen 2009, ISBN 978 90 6829 094 3.

Voorwerpen