Stofstaal van Rijsselse kloskant, Zuid-Beveland

Stofstaal van een kloskant met Rijsselse grond. Er zijn twee verschillende siergronden in deze kant toegepast, zogenaamde 'leerkens' (laddertjes) en 'luizen'. De luizen zitten in de harten van de grote bloemmotieven en in de ronde motieven langs de onderrand. De leerkens zijn de ladderachtige siergronden in de bladmotieven (bijvoorbeeld rechts, waar de kant is afgeknipt). De karakteristieke vierkante vormslag in de grond is veelvuldig toegepast. De kant is vervaardigd in het gebied rond Beveren-Waas (Belgiƫ). Deze kant is mogelijk toegepast in een protestants Zuid-Bevelandse muts, echter uit de tijd dat de schelp nog niet zijn grootste omvang bereikt had. De mutsen uit de laatste periode hadden kanten van een dikkere draad met naar verhouding grotere motieven en minder grond (dit om de grote muts meer stevigheid te geven). De motieven van de latere mutsen zijn meestal ook meer gestileerd en hoekiger van vorm. Deze kant is dus meer kenmerkend voor de iets vroegere mutsen. Ook voor de katholieke Zuid-Bevelandse mutsen zijn dergelijke kanten geklost. Juist voor deze dracht was de toepassing van veel siergronden (ajourtjes genoemd) meer kenmerkend en een katholieke herkomst is dus ook mogelijk.

soort staal (monster)
vervaardiger onbekend
locatie Waasland
materiaal linnen, Rijsselse kant
techniek kantklossen
afmetingen hoogte 12.5 cm
breedte 26 cm
14 cm
trefwoorden muts, vrouwenkleding, streekdracht
nummer ST 0201
instelling Nederlands Openluchtmuseum
stel een vraag of reageer