Stofstaal van 'puntje' voor muts, Zuid-Beveland

Stofstaal van een zogenaamd 'puntje' voor een muts. De zogeheten punt is de afwerking van de Zuid-Bevelandse vrouwenmuts. De muts bestaat uit verschillende onderdelen. Aan de 'achtermuts' van effen batist of fijne katoen worden drie kantstroken gezet, achtereenvolgens de 'pluumkant', de 'reep' of 'kant' en de 'punt'. Deze 'punt' is van Rijsselse kloskant. Het gekartelde randje wordt 'krapje' genoemd. Tot de jaren dertig van de twintigste eeuw was het gebruikelijk het krapje 'op te zetten'. Dan werd het krapje met een hoek van negentig graden omgebogen. Omdat de kant zwaar gesteven werd, braken de krapjes soms af. In dat geval werden er soms nieuwe krapjes aangezet.

soort staal (monster)
vervaardiger onbekend
locatie Belgie
materiaal linnen, Rijsselse kant
techniek kantklossen
afmetingen hoogte 5.5 cm
breedte 28 cm
8.5 cm
trefwoorden muts, vrouwenkleding, streekdracht
nummer ST 0173
instelling Nederlands Openluchtmuseum
stel een vraag of reageer