Paar mutsenspelden, Zuid-Hollandse Eilanden, 1906-1953

Vrouwen gebruikten bij hun streekgebonden kleding heel wat spelden om alle kledingstukken vast te zetten. Mutsenspelden zijn oorspronkelijk bedoeld om de bovenmuts aan het oorijzer te bevestigen. Ze werden door de muts in de gaatjes aan de uiteinden van het oorijzer gestoken. Veel oorspronkelijk functionele spelden kregen in de streekdrachten gaandeweg een belangrijke decoratieve functie. Op de Zuid-Hollandse eilanden werden de spelden na circa 1875 ook ter versiering gebruikt. Ze werden steeds hoger in de muts geplaatst. In het eindstadium van de dracht, de eerste helft van twintigste eeuw, werden ze zelfs boven het voorhoofd horizontaal in de voorstrook gestoken. De rijkversierde knoppen kwamen daardoor goed in het zicht. Aan het gehaltemerk is af te lezen dat deze spelden gemaakt zijn tussen 1906 en 1953.

soort mutsenspeld, zondagse dracht, vrouwenkleding, streekdracht
vervaardiger onbekend
locatie onbekend
datering 1906 - 1953
materiaal goud, parel (dierlijk materiaal)
techniek stampen (metaal), cantille, filigrein
afmetingen hoogte 10 cm
diameter 2.5 cm
gewicht (eigenschap) 11.6 gram
trefwoorden streekdracht
nummer Z.28-62
instelling Nederlands Openluchtmuseum
stel een vraag of reageer