Hommage aan Gerrit Achterberg

De staande figuur houdt met beide handen bloemen voor zich. Hiertussen bevindt zich een kleine vrouwenfiguur. In de rug van het beeld is boven een geplooid gewaad een kop uitgehouwen. Ooit prijkte op de sokkel een koperen plaatje met de woorden: 'HOMMAGE AAN GERRIT ACHTERBERG'. Het beeld is een eerbetoon aan de dichter Gerrit Achterberg (1905 - 1962), dat in opdracht van de gemeente Wageningen werd gemaakt. Beeld en sokkel zijn te voorschijn gehaald uit één blok roze graniet. De figuur is gepolijst, de sokkel ruw bewerkt (in vakjargon: gebosseerd). Achterberg noemde graniet 'het materiaal van mijn gedachten'. In deze figuur zijn verschillende thema's verwerkt uit Achterbergs poëzie. Deze 'Hommage aan Gerrit Achterberg' werd onthuld op 24 april 1996. Bij die gelegenheid lichtte kunstenaar Willem H. Berkhemer zijn kunstwerk toe. Begin jaren vijftig had Achterberg hem eens gevraagd om een avondvullend programma over zijn poëzie te maken. Berkhemer was toen nog voordrachtskunstenaar. Hij nam deze opdracht niet aan, omdat de gedichten hem te moeilijk leken voor het publiek. 'Op mijn 34ste heb ik tegen een groot dichter 'nee' moeten zeggen. Nu op mijn 78ste heb ik het goed gemaakt met een 'ja' in graniet', aldus de kunstenaar. Hij vertelde in zijn toespraak dat hij een verschijning kreeg van Franse Romaanse kathedralen. Deze verschijning bracht hem tot beeldhouwen. Uitgenodigd om een werk te maken voor Rekken kreeg hij een overweldigend visioen van het beeld voor Achterberg dat nu in Wageningen staat. Rekken echter weigerde het ontwerp: de bevolking wilde liever een meer figuratief werk. Nadat Rekken het werk geweigerd had, nam Wageningen het project over op initiatief van wijlen burgemeester Van Ketwich Verschuur. 'In zekere zin is het beeld ook een hommage aan de vrouw van Achterberg, Cathrien van Baak, die uit Wageningen kwam en in de buurt van het Emmapark woonde. Zij is de dichter tot grote steun geweest. Het beeld dat straks zal worden overgedragen aan de samenleving, is niet het standbeeld voor een dichter. Het is de verbeelding in graniet van een poëtisch oeuvre. (...) De op de rug afgebeelde figuur staat voor - wat Achterberg noemt - 'de engel die de eenheid bewaart'. 'Die alles samenbindende kracht wordt uitgedrukt in de zesvleugelige serafijn. Serafijnen maken deel uit van de hoogste engelenorde, aan wie het gegeven is God te zien en de oorsprong van alle dingen te kennen.' Over de bloemen met daartussen een vrouwenfiguur zei Berkhemer: 'De rozen waarin de vrouw verschijnt, zijn wit. Ze zijn bedoeld om het idee van schuldbelijdenis tot uitdrukking te brengen. Achterberg schrijft uitdrukkelijk over het wit van deze rozen. 'Een beeldhouwer kan niet alles. Witte rozen kun je alleen in witte steen hakken.' Het bovenste deel van de schedel ontbreekt, omdat de dichter zijn poëzie niet bedenkt: het waait hem vanuit een onzichtbare kracht toe'.

soort beeldhouwwerk (beeldhouwwerken)
vervaardiger Berkhemer, W.
locatie Emmastraat/ Nudestraat, Wageningen
datering 1996
materiaal graniet
nummer BGLD0211
collectie Gemeente Wageningen
instelling Beelden van Gelderland
stel een vraag of reageer