Grensgevallen : vluchtelingen tussen 1933 en 1940

Om te kunnen begrijpen waarom tussen 1933 en 1940 mensen uit Duitsland naar Nederland willen vluchten moet men zich eerst op de hoogte stellen van de politieke ontwikkelingen in Duitsland in die jaren. Dat Hitler en zijn Nazi-partij in 1933 aan de macht komt, dat communisten worden opgepakt, dat weldra alle oppositiepartijen worden verboden maar vooral dat maatregelen tegen Joden het karakter vertonen van poging tot uitroeiing, het is hier allemaal terug te vinden. Nederland is van oudsher een toevluchtsoord voor vluchtelingen. Dat is vanaf 1933 niet meer vanzelfsprekend. De politieke discussies daarover en de beperkende verordeningen die daaruit voorvloeien worden op de voet gevolgd. Het helpen van vluchtelingen is het werk geweest van zeer gemotiveerde particulieren, meer tegengewerkt dan gesteund door de landelijke of gemeentelijke overheden. Dat geeft beklemmende verhalen. Enkele lichten we eruit. Voor de schrijver zijn de belangrijkste bronnen de Winterswijksche Courant, de Aaltensche Courant, De Graafschapper en politierapporten. De Winterswijkse afdeling van de CPH (Communistische Partij Holland), voorganger van CPN, heeft goede contacten met geestverwanten van over de grens. Communisten uit Duitsland mogen niet op Winterswijks grondgebied worden toegelaten. Burgemeester Bosma heeft het opgedragen en inspecteur Feberwee is de ijverige uitvoerder. Gradus Kobus, de belangrijkste voorman van de CPH en eigenaar van een winkel in het kerkdorp Meddo vlak bij de grens, is het middelpunt van allerlei verwikkelingen rond vluchtelingen. Hem overkomt in 1934 een roofoverval die veeleer een nazi-overval kan zijn geweest. Duitse politie is bij het onderzoek betrokken. Het blijft onopgelost. Op 4 april 1933 wordt in Winterswijk opgericht een ‘Comité voor Joodsche vluchtelingen’. Er komt een stroom vluchtelingen op gang. Velen worden direct weer over de grens gezet. Leden van het comité kunnen soms iets regelen. Er komen bekladdingen voor van Joodse panden. Dat is het werk van de fascistische splinterpartij NSNAP. In Winterswijk vindt in juli 1936 een overval plaats op Mozes Kan, lid van het bovengenoemde comité. Het spoor van de daders leidt naar NSNAP-figuren. De CPN roept in een manifest op tot een protestvergadering. Zes verdachten zijn gearresteerd; ze worden al gauw weer vrijgelaten. Ondertussen worden Winterswijkse communisten scherp in de gaten gehouden voor het mogelijk voorthelpen en verbergen van vluchtelingen in het kader van ‘Internationale Roode Hulp’, IRH. Worden in sommige gevallen vluchtelingen die in hun eigen onderhoud kunnen voorzien nog toegelaten, na de ‘Anschluss’ van Oostenrijk bij Duitsland, maart 1938, staat in een circulaire van minister van Justitie Goseling: ‘Een vluchteling zal voortaan als een ongewenscht element voor de Nederlandsche maatschappij en derhalve als een ongewenschte vreemdeling te beschouwen zijn, die derhalve aan de grens geweerd, en binnenslands aangetroffen, over de grens gebracht zal moeten worden.’ Op station Winterswijk worden vijf Oostenrijkse vluchtelingen met hardhandig politieoptreden weer op de trein gezet naar Borken. De ‘Kristallnacht’, 9 november 1938, is de ergste massale geweldpleging in de jaren dertig tegen de Joden in Duitsland. Honderden synagogen en Joodse winkels worden in brand gestoken of stukgeslagen. Beschreven wordt hoe die woestenij zich voltrekt in zes plaatsen vlak over de grens. Al met al worden tienduizenden Joden in concentratiekampen opgesloten. Er is een toename van vluchtelingen te constateren getuige ook de verslagen van enkele personen in het bijzonder. De Nederlandse politiek kan niet meer om de vluchtelingenproblematiek heen. In een circulaire van minister Goseling van 12 november wordt enige ruimte geboden voor hen die wegens direct gevaar voor lijf of leden (….) met achterlating van hun have en goed naar Nederland zijn gevlucht. 7000 nieuwe vluchtelingen mogen worden opgenomen. Eind november richten de kerkenraden van de hervormde gemeenten in Achterhoek-Oost zich tot de raad van ministers met het verzoek tot ‘tijdelijke verlening van asylrecht aan Joodse vluchtelingen te willen besluiten’. De eerste ondertekenaar is de Winterswijkse predikant Roobol. Pikant detail is dat bij de opsomming van de plaatselijke kerkelijke gemeenten bij Bredevoort tussen haakjes vermeld staat: in meerderheid. In Dinxperlo wordt in november 1938 een speciaal comité opgericht om hulp te bieden aan hen die vanwege ras of geloof worden vervolgd. Voorzitter is burgemeester Verbeek. Het valt op dat veel Duitse Joden worden toegelaten en het verstrekken van verblijfsvergunningen is nou juist het werk van de burgemeester. Gedwongen ziekteverlof per eind december 1938 wordt gevolgd door schorsing en ontslag. Hij moet zelfs voor de rechtbank verschijnen en in hoger beroep voor het gerechtshof. In beide gevallen volgt vrijspraak. De affaire laat vele inwoners van Dinxperlo niet los. Een actie tot eerherstel van Verbeek in 1988 leidt in 1990 tot het Koninklijk Besluit “aan het ontslag (…) het predicaat ‘eervol’ toe te voegen.” Karel Nihom, actief lid van het Winterswijkse Joodse vluchtelingencomité, is vaak de contactpersoon met de marechaussee en de plaatselijke politie. Als op 1 september 1939 de Tweede Wereldoorlog uitbreekt wordt de grens hermetisch gesloten. Er komt geen vluchteling meer binnen. In november wordt hem het verblijf in het grensbewakingsgebied ontzegd. Op 14 mei 1940 pleegt hij zelfmoord. Nadine Rosen, een Jodin die uit Berlijn vlucht, arriveert in februari 1939 met vier koffers in Aalten. Dat kon dankzij twee tussenpersonen. Zij reist door naar Amsterdam. De koffers zullen worden nagestuurd. Dat gebeurt niet en dan volgt een verslag waaruit blijkt dat de beide heren al een stevige vergoeding hebben opgestreken maar hun beloften niet nakomen. Daartegenover staan de voorbeelden van grensbewoners in ’t Woold en Kotten die zonder meer vluchtelingen begeleiden naar een adres in Winterswijk. Circulaires en brieven uit Den Haag of afkomstig van het gerechtshof in Arnhem uit de jaren 1939 en 1940 onderstrepen het uitgangspunt dat vluchtelingen worden geweerd. Emigreren via Nederlandse havens mag alleen via een Nederlandse rederij. Tot slot het geval Friedrich Wolf uit Essen, 14 jaar. Hij is in Aalten met vakantie met een bezoektermijn van dertig dagen. Zijn vader is hier al met een tijdelijke verblijfsvergunning in afwachting van de laatste benodigde papieren om te kunnen emigreren. Toch wordt Friedrich op 9 oktober 1939 over de grens gezet, aldus een melding van burgemeester Monnik. GK

soort boek (boeken)
vervaardiger Krosenbrink, G.J.H., Stichting Staring Instituut, Vereniging Het Museum Winterswijk
locatie Doetinchem, Winterswijk
datering 2009
materiaal papier
trefwoorden Vluchtelingen, Hulp aan joden, Hulp aan vluchtelingen, Nationaal-socialisme, Jodenvervolging, verzet
nummer B01378
collectie Boeken
instelling Aaltense Musea
stel een vraag of reageer