Er was zoveel werk nog te doen . . . : tante Riek en oom Piet in de jaren '40 - '45

Gedreven door haar levensovertuiging en vaderlandsliefde ageerde Heleen Kuipers-Rietberg (1893), beter bekend onder haar latere schuilnaam tante Riek, tegen de ideeën van het nationaal socialisme en met name tegen de arbeidsdienst. Dat deed zij samen met haar man Piet Kuipers (1892), oom Piet. Zij woonden met hun vijf kinderen op Willinkstraat 8 in Winterswijk. De arbeidsdienst was de eerste jaren van de oorlog nog niet verplicht. Als hoofdbestuurslid van de Bond van Gereformeerde Vrouwenverenigingen had Heleen veel landelijke contacten. Er rezen plannen elkaar te helpen bij het laten onderduiken van arbeidsdienstweigeraars. Ds. Slomp, eerst nog onder de schuilnaam ‘ouderling van Zanten’ en later ‘Frits de Zwerver’, bezocht Heleen en Piet enkele keren in Winterswijk. Op die eerste keer, op een zondag in 1942, zegt Heleen het hem als volgt: ‘Wij moeten een organisatie stichten opdat wij die onderduikers een plaats kunnen geven. En nu dacht ik dat jij dat moest doen’. Slomp durft niet en zij vervolgt: ‘Kerel, zou ’t nou zo erg zijn als jij om het leven kwam en als er duizenden jongens gered worden?’ Slomp trok het hele land door. De schrijver komt tot de conclusie dat op 25 november 1942 in Driebergen de oprichting plaatsgevonden heeft van wat later de ‘Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers’ is gaan heten, kortweg LO. Heleen of Piet was daar niet bij aanwezig. Landelijke beursdagen kwamen er waar de vraag naar onderduikplekken en het aanbod van onderduikers op elkaar werden afgestemd. Aan de Willinkstraat vonden talloze regionale en plaatselijke vergaderingen plaats. Er werden in Winterswijk arrestaties verricht. Er was verraad in het spel. Na een waarschuwing verlieten Heleen en Piet op 24 mei 1944 per trein Winterswijk en kwamen ze terecht bij Gerrit van Schuppen in Bennekom. Deze verbood hen het illegale werk vanuit zijn huis voort te zetten. Op 18 augustus werden ze beiden gearresteerd en ondergebracht in de Koepelgevangenis in Arnhem. Hij werd tot zijn verbazing na enige dagen vrijgelaten, zij werd overgebracht naar Vught, vanwaar ze op 7 september op transport werd gesteld naar het vrouwenkamp Ravensbrück. Daar overleed zij na veel ontberingen op 27 of 28 december 1944. Getuige de brieven van overlevenden, opgenomen in het boek, was zij een grote steun voor haar medegevangenen. In een slotbeschouwing gaat de schrijver, zoon uit het tweede huwelijk van Piet Kuipers, na hoe tante Riek een mythe kon worden waardoor haar man die ‘zeker zo veel en zo belangrijk werk heeft verricht als zijn vrouw’ op de achtergrond is geraakt. Zij was niet dé oprichtster van de LO, maar wel een vrouw van wie ‘het geloof, de geestkracht en taaie volharding in onvergetelijke herinnering bij ons blijven voortleven’, aldus prinses Wilhelmina bij de onthulling van het standbeeld naast het gemeentehuis op 4 mei 1955. GK

soort boek (boeken)
vervaardiger Kuipers, Eppo, Vereniging 'Het Museum'
locatie Winterswijk
datering 1988
materiaal papier
trefwoorden Kuipers-Rietberg, Helena Theodora, Kuipers, Pieter Heyo, verzet, bezetting, Duitse bezetting, Personalia, biografieën, brieven, Lokale geschiedenis
nummer B01010
collectie Boeken
instelling Aaltense Musea
stel een vraag of reageer