Collectie Gelderland

Drie Kolfballen, kolfballenzak en kolfballenkist, ca. 1920

1 sajetballen en 2 gummiballen. De sajetbal, of Sayette bal zoals deze oorspronkelijk genoemd werd, dateert vanaf ongeveer 1580. Sajetballen zjin gemaakt van tot garen gesponnen wol, meestal gekaard maar niet gekamd, die tot bal gewonden wordt. Dit wordt vervolgens bekleed met een geplakte laag leer of vilt. De gummibal deed pas zijn intrede rond 1830. 'Guttapercha' (= Maleis voor ingedroogd melksap van de tropische guttaperchaboom, Palaquium Sapotaceae, uit Indonesië) maakte het mogelijk alternatieve kolfballen te maken. Gummiballen worden gemaakt met een doorsnede van 102 tot 127 mm en zijn daarmee iets groter dan sajetballen. Tegenwoordig worden gummiballen vooral vervaardigd van polyurethaan. Een blauwe vliezen zal om de kolfballen in te bewaren. Om te voorkomen dat een kolfbal een plat kantje krijgt, wordt deze opgehangen in een zak bewaard. Voor gummiballen is nog een extra argument: de bal veroudert door blootstelling aan UV-licht en donkere opbergplaats is daarom aan te bevelen. Voordat de kolver naar zijn vereniging ging, werd de zak op een warme plaats opgehangen om de bal op te warmen. De bal 'loopt' dan beter. Een houten kistje met bovenop een handvat. In een kistje als dit kon de bal geheel ondersteund liggen. Zo werd voorkomen dat de bal aan één zijde een plat vlakje verkreeg, waardoor deze in zijn loop tijdens het spel geremd zou worden.